Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.CVMAKER B.V.,
[appellant sub 2],
[appellant sub 3],
1.RESUMEDIA B.V.,
[geïntimeerde sub 2],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
Grief 9 in principaal appelis gericht tegen onderdelen van de opsomming. Het hof zal hierna rekening houden met de in deze grief geopperde bezwaren. Voor zover de grief is gericht tegen de hierna onder 3.1.2 en 3.1.6 vermelde feiten (in het bestreden vonnis vermeld onder 2.2. en 2.6) zal deze grief onder 3.8.1 worden behandeld en worden verworpen. De feiten zijn voor het overige niet in geschil en dienen derhalve ook het hof tot uitgangspunt.
3.De beoordeling in de hoofdzaak
grieven 1 tot en met 4 in incidenteel appelgericht die zich lenen voor gezamenlijke behandeling.
grief 6 in incidenteel appel, waarmee Resumedia c.s. opkomen tegen de afwijzing door de voorzieningenrechter van de gevorderde proceskostenveroordeling op de voet van art. 1019h Rv ten laste van CVmaker c.s. Niet CVmaker c.s. maar Resumedia c.s. zullen met betrekking tot dit onderdeel van de vorderingen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten op grond van art. 1019h Rv, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep in incidenteel appel.
grief 5 in incidenteel appelgericht.
elke opdracht”) en 3 (“
gedurende de looptijd van de opdrachten”) de overeenkomst was bedoeld om de rechtsverhouding tussen partijen voor onbepaalde tijd te regelen.
de grieven 2 tot en met 5 in principaal appelgericht. Het hof zal deze hierna gezamenlijk behandelen en daarbij tevens de subsidiaire eis van CVmaker c.s. tot beperking in duur van het non-concurrentiebeding bespreken.
Opdrachtgever zal doorgaans elke opdracht die de opdrachtgever oplegt”) en artikel 3 (“
Opdrachtnemer verplicht zich gedurende de looptijd van de opdrachten”) dat bedoeld was de rechtsverhouding tussen partijen voor onbepaalde tijd te regelen. Dit betekent dat ook naar ’s hofs voorlopig oordeel de overeenkomsten nog steeds gelden.
grieven 1, 6 en 7 in principaal appeldie zich lenen voor gezamenlijke behandeling.
grief 8 in principaal appelkomen CVmaker c.s. op tegen het dictum onder 5.7 van het bestreden vonnis, waarin zij - kort gezegd - zijn veroordeeld tot verstrekking van de contactgegevens van klanten die zij onder de naam CVmaker hebben benaderd en van alle correspondentie en documenten waarop de naam CVmaker voorkomt. CVmaker c.s. voeren aan dat afgifte van deze gegevens een onterechte toewijzing is van een nevenvordering, waarvan toewijzing alleen gerechtvaardigd is als deze voldoende samenhangt met de hoofdvordering: staking van een inbreuk. Nu de hoofdvordering, handelsnaaminbreuk, is afgewezen had deze nevenvordering hetzelfde lot moeten treffen. Ook in geval van wanprestatie gaat deze vordering tot opgave te ver, nu niet ‘alle onder de naam CVmaker’ aangeboden diensten onrechtmatig zijn bevonden maar uitsluitend de met Resumedia c.s. concurrerende diensten. Het toewijzen van een dergelijke verstrekkende vordering in kort geding is niet proportioneel en het belang van Resumedia c.s. om aldus hun schade te begroten, kwalificeert niet als een spoedeisend belang, aldus CVmaker c.s.