ECLI:NL:GHAMS:2018:5203
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing van vervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid verdachte
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is vastgesteld dat de verdachte lijdt aan een zodanige gebrekkige geestelijke ontwikkeling of stoornis dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Dit blijkt uit het reclasseringsadvies en het gedrag van de verdachte tijdens de zitting, waar hij niet aanspreekbaar was en zich verward en geagiteerd gedroeg.
De verdachte ontkende de rechtmatigheid van het systeem en weigerde inhoudelijk op het hoger beroep in te gaan. Na een korte schorsing verliet hij de zittingszaal en keerde niet terug. Gezien deze omstandigheden oordeelt het hof dat een reële verdedigingsmogelijkheid ontbreekt.
Op grond van artikel 16 van Pro het Wetboek van Strafvordering wordt de vervolging geschorst in de stand waarin zij zich bevindt. Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht door de schorsing van de vervolging uit te spreken.
Uitkomst: De vervolging van de verdachte wordt geschorst wegens ontoerekeningsvatbaarheid.