ECLI:NL:GHAMS:2018:4183
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gelijkwaardige cao-voorziening als vervanging transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 2000 in dienst bij ABN AMRO en viel in 2012 wegens ziekte uit. Vanaf mei 2014 ontving zij een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. De arbeidsovereenkomst werd per 1 september 2017 opgezegd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. De toepasselijke ABN AMRO cao voorzag in een regeling waarbij vanaf het derde ziektejaar een aanvulling op de WIA-uitkering en premievrije pensioenopbouw werd toegekend, ook na beëindiging van het dienstverband.
Appellante vorderde betaling van een transitievergoeding, stellende dat de cao-voorziening geen gelijkwaardige voorziening was in de zin van artikel 7:673b BW. De kantonrechter wees dit af en het hof bevestigde deze beslissing. Het hof oordeelde dat de cao-voorziening voldoet aan de wettelijke criteria en dat er voldoende verband bestaat tussen de voorziening en het ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.
Daarnaast verwierp het hof het betoog dat de regeling zou leiden tot verboden onderscheid in strijd met de Grondwet en discriminatiewetgeving, omdat de situatie van een werknemer met WIA-uitkering niet gelijk is aan die van een gezonde werknemer. De grieven van appellante werden ongegrond verklaard en de beschikking van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het beroep af, bevestigend dat de cao-voorziening een gelijkwaardige voorziening is die de transitievergoeding vervangt.