Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015 vanwege de niet-toegelaten aftrek van specifieke zorgkosten, waaronder vervoerskosten voor medische behandelingen in Nederland en Turkije. De rechtbank stelde het belastbaar inkomen iets bij ten gunste van belanghebbende, maar wees de verdere aftrek van vervoerskosten af wegens onvoldoende bewijs.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de vervoerskosten € 30 bedroegen en dat deze aftrekbaar moesten zijn. Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en op hem drukken. De door hem overgelegde bewijsstukken en specificaties boden onvoldoende onderbouwing.
Het hof liet de vraag of vervoerskosten naar apotheken aftrekbaar zijn onbesproken, omdat het beroep reeds op bewijsgronden faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.