ECLI:NL:GHAMS:2018:3326
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en kennelijk onredelijk ontslag na 34 jaar dienstverband
De werknemer heeft meer dan 34 jaar gewerkt bij de werkgever op basis van tijdelijke arbeidsovereenkomsten met tussenpozen van meer dan drie maanden. Door tussentijdse werkzaamheden op verzoek van de werkgever is uiterlijk per 1 februari 2011 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. Deze overeenkomst is op 25 juni 2015 door de werkgever opgezegd.
De werkgever heeft aangevoerd dat de arbeidsovereenkomst nooit onbepaalde tijd was en dat de samenwerking in de zomermaanden niet onder gezag plaatsvond. Het hof oordeelde echter dat de werknemer in de periode van 15 juni tot 1 juli 2010 arbeid heeft verricht onder gezag en tegen loon, waardoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.
De opzegging per 25 juni 2015 werd beoordeeld aan het gevolgencriterium van artikel 7:681 lid 2 BW Pro (oud). Gezien de leeftijd van de werknemer, zijn arbeidsongeschiktheid, het lange dienstverband en het gebrek aan inspanningen van de werkgever voor re-integratie, werd de opzegging kennelijk onredelijk geacht. De werknemer ontving een vergoeding van € 3.000 bruto als pleister op de wonde. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde de werkgever tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst is kennelijk onredelijk en de werknemer ontvangt een vergoeding van € 3.000 bruto.