Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
2014betreft dit de vergelijkingsobjecten:
2015betreft dit de vergelijkingsobjecten:
2016betreft dit de vergelijkingsobjecten:
2014 en 2015heeft de heffingsambtenaar nog de volgende vergelijkbare objecten opgenomen:
2016heeft de heffingsambtenaar tevens de volgende objecten opgenomen:
3.Geschil in hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
De verdiepingsvloer is verzakt en de woning heeft geen muur of vloerisolatie. In verband hiermee heeft verweerder aan de woning een kubieke meterprijs toegekend van € 303.
5.Beoordeling van het geschil
vraagprijs en die taxatie kan reeds daarom niet worden gebruikt ter onderbouwing van de gezochte waarde. De stelling van belanghebbende dat in 2013 reeds sprake was van een aantrekkende markt in [plaats 1] wordt door de heffingsambtenaar weersproken; dit deel van de markt trok pas weer aan in de loop van 2015. Bij de vaststelling van de WOZ-waarde voor 2013 ging de heffingsambtenaar nog uit van een ‘goede’ onderhoudstoestand en een ‘gemiddelde’ kwaliteit van de woning. Naar aanleiding van het bezwaarschrift tegen deze waardering, is de woning in 2015 inpandig opgenomen. Daarbij is vastgesteld dat het onderhoud en de kwaliteit slechter was dan verondersteld (zie 2.5). Naar aanleiding van het bezwaarschrift, de inpandige opname en de door belanghebbende ingebrachte taxatierapporten, is de WOZ-waarde van het object voor 2013 bij uitspraak op het bezwaarschrift verminderd tot op € 237.000. De vergelijkingsobjecten zijn inderdaad hoger gewaardeerd, maar dat vindt zijn oorzaak in de individuele kenmerken van die objecten (betere ligging/kwaliteit en/of onderhoud). De stelling dat [taxateur A] niet onafhankelijk zou zijn, wordt door de heffingsambtenaar weersproken.