Uitspraak
De feiten en de rechtsgang
.Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde op 6 juni 2018 het verzoek van de verdachte tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis. De verdachte is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens grootschalige invoer van cocaïne in georganiseerd verband. Tijdens de raadkamerzitting werd de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, gehoord.
De raadsman voerde aan dat de verdachte zijn gezin financieel en pedagogisch moet ondersteunen en zijn bedrijf zo spoedig mogelijk wil herstarten. Het hof oordeelde echter dat deze persoonlijke omstandigheden onvoldoende zwaarwegend zijn om af te wijken van de twaalfjaarsgrond en de veroordeling.
Hoewel er weinig zicht is op de voortgang van het hoger beroep, acht het hof dit onvoldoende reden om de voorlopige hechtenis te schorsen. Het verzoek tot schorsing werd dan ook afgewezen. De beschikking is gegeven door de raadkamer van het hof, met drie raadsheren en een griffier aanwezig.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.