ECLI:NL:GHAMS:2018:1706
Gerechtshof Amsterdam
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek inzake klacht tegen notaris
Verzoeker heeft bij het Gerechtshof Amsterdam een verzoek tot herziening ingediend van een eerdere uitspraak van 13 juni 2017, waarin het hof een beslissing van de kamer van het notariaat had vernietigd en de klacht grotendeels ongegrond had verklaard. Verzoeker stelde dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren die rechtvaardigen dat de zaak opnieuw wordt behandeld.
Het hof overwoog dat herziening slechts mogelijk is bij nauwkeurig omschreven feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak plaatsvonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij verzoeker, en die het vermoeden rechtvaardigen dat de tuchtrechter anders zou hebben beslist. Deze voorwaarden zijn cumulatief en het verzoek moet binnen een redelijke termijn worden gedaan.
Verzoeker voerde onder meer aan dat de notaris zou hebben gelogen over betalingen en dat documenten met valse handtekeningen waren gebruikt. Het hof stelde echter vast dat deze feiten reeds in de eerdere procedure aan de orde waren geweest en dus geen nieuwe feiten betroffen. Ook de stelling dat de notaris eerder op de hoogte was van een mogelijke vordering van de Belgische belastingdienst werd niet als nieuw feit aangemerkt.
Het hof concludeerde dat het verzoek om herziening niet kon worden toegewezen omdat het niet gebaseerd was op nieuwe feiten of omstandigheden. Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.