ECLI:NL:GHAMS:2018:1366
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over kostenvergoeding bezwaar naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over juli 2015 en verzocht om een kostenvergoeding. De inspecteur vernietigde de aanslag en kende een kostenvergoeding toe van €122. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende tegen deze vergoeding ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de zaak het gewicht van 'licht' had vanwege de beperkte complexiteit.
Het Gerechtshof Amsterdam toetste dit oordeel en bevestigde dat de rechtbank in redelijkheid tot deze waardering kon komen. De zaak betrof een administratieve fout waarbij het btw-nummer van belanghebbende ten onrechte werd gebruikt door zijn opvolger. De stelling van belanghebbende dat de Belastingdienst zijn systemen beter moet inrichten om dergelijke fouten te voorkomen, vond geen steun in het recht.
Het hof oordeelde dat de rechtbank het gewicht van de zaak terecht als licht had gekwalificeerd en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens wees het hof een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 24 april 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.