ECLI:NL:GHAMS:2018:1355
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorlopige hechtenis wegens vluchtgevaar zonder geschokte rechtsorde
Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking tot voorlopige hechtenis behandeld. De rechtbank had op 19 maart 2018 een bevel tot gevangenhouding uitgevaardigd. Het hof heeft kennisgenomen van de stukken en gehoord de advocaat-generaal en de raadsvrouw van verdachte.
Het hof stelt vast dat de zogenoemde 12-jaarsgrond (geschokte rechtsorde), de onderzoeksgrond en de recidivegrond vervallen. Er is geen sprake van een geschokte rechtsorde op basis van het dossier. Wel acht het hof het vluchtgevaar als grond voor voorlopige hechtenis aanwezig, omdat verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, geen wezenlijke binding met Nederland en ook geen adres in Hongarije bekend is.
De kans is aannemelijk dat verdachte bij vrijlating niet te traceren zal zijn voor justitie. Het hof sluit zich aan bij de motivering van de rechter-commissaris met betrekking tot de ernstige bezwaren. Discussie over de bewijswaarde wordt voorbehouden aan de inhoudelijke behandeling en valt buiten de raadkamerprocedure.
Daarom wijst het hof het hoger beroep af en bevestigt de voorlopige hechtenis. De beschikking is gegeven op 4 april 2018 door de raadkamer van het hof.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de voorlopige hechtenis wegens vluchtgevaar.