Uitspraak
1.Inleiding
bijlage Iaan dit arrest gehechte overzicht, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
bijlage III.
bijlage II.
zaaksdossier Agenda
zaaksdossier Perugia
. criminele organisatie
Paspoorten
- de rechtmatigheid van de toepassing door het Openbaar Ministerie van de strafvorderlijke regeling van de kroongetuigen;
- de rechtmatigheid van door de Staat aan de kroongetuigen gedane toezeggingen;
- de door de Staat aan de kroongetuigen (aan)geboden bescherming, de ontbrekende transparantie daaromtrent, mede in het licht van het strafvorderlijke beloningsverbod;
- de rechtmatigheid van de door de officier van justitie met de kroongetuigen gemaakte afspraken;
- de totstandkoming van de door de kroongetuigen afgelegde verklaringen;
- de door de kroongetuigen afgelegde verklaringen: de betrouwbaarheid van de inhoud daarvan;
- tal van kwesties met betrekking tot strafrechtelijk bewijs, en
- de straftoemeting, mede in het licht van de toelaatbaarheid van oplegging van de levenslange gevangenisstraf.
De rechter-commissaris toetst op een afstandelijker wijze of het door de officier van justitie gepresenteerde voornemen op basis van de aan hem verstrekte informatie verantwoord en rechtmatig kan worden geacht.”En hij treedt niet in de beoordeling of
“het maken van een afspraak het enige en juiste middel is, dan wel een andere opsporingsstrategie is aangewezen”. [2] Bovendien is overwogen dat een afspraak vooral tot stand zal komen in een vroege fase van de opsporing waarin nog niet veel onderzoeksbevindingen beschikbaar zijn noch ter beschikking kunnen worden gesteld. Het oordeel van de rechter-commissaris is gebaseerd op de dan bekende feiten en omstandigheden. Daardoor is het voorlopig van aard.
“Weliswaar blijft de zittingsrechter eveneens bevoegd de totstandgekomen afspraak alsnog af te keuren, maar een dergelijke situatie zal zich redelijkerwijs pas voordoen indien er nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen die de gemaakte afspraak in het fundament aantasten en die de rechter-commissaris ten tijde van zijn toetsing niet bekend waren (zoals bedrog van de zijde van de criminele getuige of bewuste misleiding door openbaar ministerie of politie).
De beoordeling van de afspraken die de officier van justitie met kroongetuigen heeft gemaakt geschiedt primair door de rechter-commissaris. Dit is in de wet met zoveel woorden geregeld. De beoordeling van die afspraken door de zittingsrechter vindt plaats naar aanleiding van gevoerde verweren, geplaatst in de sleutel van vormverzuimen in de betekenis van artikel 359a Sv en artikel 6 EVRM Pro.
De overeenkomsten met (kroon)getuigen en de mate van door het Openbaar Ministerie betrachte magistratelijkheid
kroongetuige [Peter la S.]is met betrekking tot het handelen van het Openbaar Ministerie het volgende gebleken.
kroongetuige [Fred R.]is met betrekking tot het handelen van het Openbaar Ministerie het volgende gebleken.
getuige [getuige 3]is met betrekking tot het handelen van het Openbaar Ministerie het volgende gebleken.
Inleidend
De toepasselijke regelgeving
Wet toezeggingen aan getuigen in strafzakenopgenomen. In afdeling 4b van die titel van dat boek is die regeling toegespitst op toezeggingen aan de getuige die tevens verdachte is. Deze regeling houdt, voor zover van belang, het volgende in.
Aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken.
Besluit getuigenbeschermingvastgesteld.
Instructie getuigenbeschermingvermelding.
Is de met de kroongetuige [Fred R.] gemaakte afspraak proportioneel?
Getuigenbescherming
Ongeoorloofde toezeggingen?
Het verweer
Bespreking van het verweer
De kroongetuige [Peter la S.] : de verhouding tussen de Wet toezeggingen aan getuigen in strafzaken en het opportuniteitsbeginsel
Het gevoerde verweer
Bespreking van het verweer
Inleidend
De omvang van de strafvervolging in relatie tot de verklaringsafspraak
[slachtoffer 11] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 10]
[Peter la S.] en de aanslag op [slachtoffer 15]
[Peter la S.] en de gewelddadige dood van [slachtoffer 13]
Het afzien van voordeelsontneming in relatie tot de verklaringsafspraak
De hoogte van de basis-strafeis in relatie tot de omvang van de toezegde vordering tot vermindering
De “ [Willem H.] -weglatingen” als onrechtmatige toezegging van het Openbaar Ministerie aan de kroongetuige [Peter la S.]
Het hof heeft het verweer dat strekt tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van de (kroon)getuigen [Peter la S.] , [Fred R.] en [getuige 3] verworpen. Dit verweer is gegrond door aan te sluiten bij de onderbouwing waarvan de medeverdachte [Jesse R.] een niet-ontvankelijkheidsverweer heeft gevoerd. De belangrijkste pijlers van dit verweer zijn de volgende.
De vraag of na een eis tot levenslang tegen [Fred R.] in eerste aanleg later in hoger beroep met hem een kroongetuige-afspraak kan worden gemaakt wordt in beginsel door de officier van justitie beantwoord. Want de vraag naar het inbrengen van verklaringen van een kroongetuige in een strafzaak is het resultaat van afweging van strategie en tactiek in de opsporing en de vervolging. De rechter heeft daarin in beginsel geen rol.
Er is geen (wettelijke) verplichting voor de officier van justitie om de met kroongetuigen over hun bescherming gemaakte afspraken aan de rechter-commissaris ter toetsing voor te leggen;
Op grond van wat in de loop van het proces wél over de bescherming bekend zou zijn geworden kan niet worden geoordeeld dat daarin sterke aanwijzingen zijn gelegen dat de bescherming van de kroongetuigen bovenmatig is en als financiële en dus verboden beloningen moeten worden aangemerkt;
De beslissingen van de officier van justitie om [Peter la S.] niet ook voor een aantal andere zaken strafrechtelijk te vervolgen kunnen de toets doorstaan, en zijn om verschillende redenen niet aan te merken als verkapte en daarom verboden toezeggingen en beloningen. Hetzelfde geldt voor de beslissing om niet over te gaan tot ontneming van de door [Peter la S.] ontvangen beloning voor zijn aandeel in de moord op Houtman;
De basisstrafeis tegen [Peter la S.] van 16 jaren is in het licht van het in zijn zaak te hanteren maximum voor de tijdelijk op te leggen gevangenisstraf (20 jaren) niet onbegrijpelijk en is niet aan te merken als een verkapte beloning;
Het bewilligen in de [Willem H.] -weglatingen levert een vormverzuim op. Dit verzuim is ten dele hersteld en overigens heeft wat het onherstelbare deel betreft door gehouden onderzoek voldoende compensatie plaatsgevonden;
De verdediging heeft als standpunt naar voren gebracht dat het Openbaar Ministerie in het streven het bewijs rond te krijgen uit de bocht is gevlogen. Waar het Openbaar Ministerie steeds magistratelijk dient te opereren heeft het dat nagelaten. Het hof acht deze opvatting ongegrond.
3.Het bewijs
need to knowen
nice to know. Daarmee wordt onmiskenbaar ook en vooral het door opdrachtgevers nagestreefde belang om ongrijpbaar te blijven voor politie en justitie gediend. Zo bezien is het even voorstelbaar als voorspelbaar dat de inhoud van de verklaringen van de naar justitie overgelopen tussenpersoon in de hiervoor bedoelde zin gemankeerd zal zijn. Deze vaststelling strekt er niet toe dat het hof in de onderhavige zaak de bewijsdrempel verlaagt. Wel markeert het hof hiermee dat met betrekking tot de gepleegde moorden niet alle vragen naar context, achtergrond en motieven steeds voor bevredigende en ondubbelzinnige beantwoording gereed zullen liggen. En als die antwoorden uitblijven is daarmee de (intrinsieke) onbetrouwbaarheid van hetgeen is verklaard nog niet gegeven. Wel kan in die omstandigheid een relevante bevestiging worden gevonden van de juistheid van het hiervoor geschetste beeld.
grillen. Op deze plaats roept het hof de door een van de figurerende raadslieden ter terechtzitting gebezigde typering van “het uit de rails trekken” van een getuige in herinnering. Deze, kennelijk bij sommige verhoren nagestreefde, dynamiek hing onmiskenbaar ook samen met de op het spel staande partijbelangen.
De verdediging heeft aangevoerd dat het hof de verklaringen van de anonieme getuige Q5 niet voor het bewijs zou moeten gebruiken, omdat die verklaringen onbetrouwbaar zijn en niet kunnen worden getoetst vanwege de aan zijn status klevende beperkingen op het ondervragingsrecht. Het hof heeft een algemene beschouwing gewijd aan de figuur van de anonieme bedreigde getuige, en aan de verklaringen van Q5 in het bijzonder. De uitkomst daarvan is dat er geen redenen zijn om die verklaringen van het bewijs uit te sluiten.
Ik heb ingezet op 3 miljoen”,was een opmerking van de getuige ter terechtzitting van de rechtbank op 12 maart 2009 [67] , daarmee doelend op een hoog niveau van veiligheid dat hij gerealiseerd wilde zien.
“.. dat in de wet staat dat een getuige de waarheid moet spreken, dat zal zo zijn en dat betreft een getuige die ter terechtzitting moet verklaren. Maar een getuige die gesprekken met CIE-ers moet voeren, waarbij jarenlange gevangenisstraffen in het spel zijn, laat niet in één keer het achterste van zijn tong zien.“ [83] Wat er zij van de juistheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid van deze opvatting, [Peter la S.] heeft hiermee getypeerd wat zijn houding was in de vroege fase van contact met de politie waarin hij al wel inhoudelijk verklaarde.
“makkelijker voor afspraken”. [111] Over [Dino S.] heeft [Peter la S.] gezegd dat wat hij zegt belangrijker is dan wat [Ali A.] zegt en dat de mededeling dat de prioriteit bij de moord op van der Bijl lag bij [Dino S.] vandaan kwam. [112] Ook heeft hij over [Dino S.] gezegd dat de opdrachten “via” hem kwamen. [113] Er worden aantallen genoemd ten aanzien van de ontmoetingen met [Ali A.] en [Dino S.] , met eerstgenoemde werd vaker afgesproken dan met [Dino S.] . [114] Daarnaast heeft [Peter la S.] ook uitlatingen gedaan over [Willem H.] :
“Ja dat was de man! ( .. ) Niet alleen in deze liquidatie. Willem was ehh in Jessies ogen, laat ik het zo zeggen, was Willem de man. Hij heeft het verstrekt.” [115]
“als we [Dino S.] (het hof begrijpt: [Dino S.] ) kunnen pakken hebben we [Willem H.] ook”. [116] Op 18 augustus 2006 heeft [Peter la S.] [Fred R.] genoemd als betrokkene bij de moord op Van der Bijl en [Dino S.] als de opdrachtgever. [117]
“als deze goed gaat heb ik nog een andere voor jullie”. [120]
“Osdorp eerst” [121] .Dit is de wijk in Amsterdam waar Houtman woonde. Het hof merkt op dat bij beide opmerkingen de achtergrond wordt gevormd door plannen voor meer dan één moord en dat er kennelijk een bij de uitvoering te hanteren volgorde wordt bedoeld. Opmerking verdient voorts dat [Peter la S.] ruim één jaar respectievelijk ruim zes jaar na de ontmoeting verklaart over wat precies is gezegd. Reeds voor de eerste termijn geldt dat de herinnering aan exact gebezigde woorden kan zijn vervaagd. Gelet hierop zijn er geen aanknopingspunten om een vervorming van het geheugen van [Peter la S.] als gevolg van de weglating aan te nemen. Evenmin bestaat grond om aan te nemen dat [Peter la S.] hiermee in 2011 alsnog heeft geprobeerd de rol van [Willem H.] kleiner te maken ten koste van [Dino S.] , zoals de verdediging heeft beoogd te betogen.
“Jessie vertelde mij dat hij enige tijd voor de liquidatie op Kees Houtman naar [Willem H.] is gegaan om te vragen of deze “een klus” voor hem had. [Willem H.] heeft hem toen verwezen naar [Dino S.] , waarna hij de klus kreeg om Houtman te liquideren.” [125] Op 22 november 2006 heeft [Peter la S.] een gesprek gehad met onder anderen de officier van justitie De Haas. Er is hem toen gevraagd naar – wat is gaan heten – het “Naardenvestingverhaal”. [Peter la S.] heeft geantwoord dat [Jesse R.] daar om een klus heeft gevraagd aan [Willem H.] en dat deze hem verwees naar [Dino S.] . Uit het antwoord kan worden opgemaakt dat [Peter la S.] hierbij aanwezig was. De moord op Houtman heeft hij daarbij niet genoemd. [126]
“Nou ja ik zeg over [Dino S.] dat heb ik alleen maar van Jes gehoord dus dat is [getuige 7] zacht. Maar over Willem dat kan hem nog wel eens zwaar aangerekend worden.” [133] [Peter la S.] heeft dit gezegd op het moment dat hij zijn voorbehoud ten aanzien van [Willem H.] al meermalen kenbaar had gemaakt. Blijkens een proces-verbaal van 7 november 2006 is op 2 november 2006 de opnameapparatuur uitgeschakeld en heeft [Peter la S.] verklaard over de ontmoeting met [Willem H.] op het Gelderlandplein. Wat er zij van de taxatie die [Peter la S.] op 9 november 2006 geeft, er kan in elk geval niet uit worden opgemaakt dat [Peter la S.] bewust en gericht de onderlinge verhouding tussen [Dino S.] en [Willem H.] anders wilde voorstellen dan hij tot dan toe in de vijftien kluisverklaringen had gedaan. Evenmin biedt het steun voor de veronderstelling dat [Peter la S.] [Dino S.] “erin heeft willen leggen”. Het globale beeld had hij op dat moment al gepresenteerd en dat is in grote lijnen in latere verklaringen ongewijzigd gebleven.
“ Ik kan alleen zeggen dat ik niemand expres heb belast waar het niet het geval was. Ik heb niet gezegd: [Dino S.] is schuldig, terwijl dat niet waar was.” [135]
moord– om een zogeheten dealfeit gaat. [136] [Peter la S.] is in de afspraak met de officier van justitie de verplichting aangegaan om over deze feiten volledig en naar waarheid te verklaren. Over de moord op [slachtoffer 13] kon [Peter la S.] als getuige verklaren in die zin dat hij [Jesse R.] en [betrokkene 15] heeft horen spreken over de moord. Bij de moord op Houtman was hij zelf strafbaar betrokken geweest.
“In elk geval heeft hij mij nooit iets verteld over ernstig geweld in de richting van anderen”. [141]
Invloed vanuit mediaberichtgeving?
Gelogen over de Fiat?
“absoluut niet waar”. [160] [Peter la S.] heeft op vragen hierover steeds gezegd dat hij niet weet of dit een zekerheidje kan zijn geweest. [161]
Kernpunten betreffende de plaats delict Houtman: de hulzen en de looproute
De looproute
“wel iets verder nog”was gelegen. Hij heeft verklaard dat hij op die plek heeft
“rondgelopen”. [182]
“vrij groot stuk”is waar hij heeft rondgelopen en dat hij niet kan zeggen waar hij precies heeft geschoten. [185]
Conclusie ten aanzien van de hulzen en de looproute in samenhang
Vluchtroute
De gebruikte Kalashnikov
Verankering PD Houtman
“Het was oorlog”in de beleving van [Peter la S.] . [253] Een deel van de stukken was al geschreven in juni 2009, omdat [Peter la S.] ook toen naar eigen zeggen al overhoop lag met het TGB. Er is geen inhoudelijke sturing geweest zoals in de documenten is gesteld. De alternatieve verklaring inzake de moord op Houtman is feitelijk onjuist en was opgesteld voor het geval de afspraak door het OM zou worden opgezegd. [254]
Het hof heeft onderzocht of de hierna te noemen aspecten en gebeurtenissen dienen te leiden tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van de kroongetuige [Peter la S.] . Het gaat daarbij achtereenvolgens om:
de door [Peter la S.] in zijn verklaringen gebrachte “zekerheidjes”(bewust geïntroduceerde onwaarheden die hem in het geval van afketsen van de deal als verdachte hadden kunnen baten).
De [Willem H.] -weglatingen. Hiermee is het volgende bedoeld. Op een zitting van de rechtbank in de maand oktober van 2011 heeft de kroongetuige [Peter la S.] onthuld dat hij de naam van [Willem H.] wél tijdens zijn eerdere, in het geheim gehouden verhoren (de kluisverklaringen) bij de politie heeft genoemd. Maar met instemming van de officier van justitie is er welbewust en zorgvuldig van afgezien daarvan in de verslaglegging van die verhoren mededeling te doen. Daarom kon de lezer daarvan geen weet hebben. [Peter la S.] had dit bij de CIE-officier van justitie bedongen, omdat hij geen vertrouwen had in een toereikende beveiliging voor hemzelf en zijn naasten als bekend zou worden dat hij ook over [Willem H.] had verklaard.
In-de-plaats-stellingen. In het verlengde van het met die weglatingen door [Peter la S.] nagestreefde belang zou hij in zijn verklaringen in plaats van de naam van [Willem H.] die van [Dino S.] hebben ingevuld, ten onrechte.
De vraag naar het mogelijk niét gepleegd hebben van de wél door [Peter la S.] bekende moord (die op Houtman), en het wél gepleegd hebben van een moord die in het Passageproces op geen enkele dagvaarding voorkomt en die door [Peter la S.] wordt ontkend (die op [slachtoffer 13] ).
Bestanden die zijn aangetroffen in een onder [Peter la S.] inbeslaggenomen laptop. Die tekstbestanden zijn geschreven door [Peter la S.] en beschrijven een andere gang van zaken dan die door hem eerder spontaan is toegegeven en beschreven: zijn aandeel in de moord op Houtman. En zijn al vóór 2007 mislukte pogingen om bij justitie tegen zijn eigen voorwaarden informatie te verstrekken.
eraan zou gaan. [Astrid H.] heeft deze wetenschap met haar zus [Sonja H.] gedeeld. Voorts heeft [Willem H.] kort voor de moord op Houtman ten overstaan van zijn zus [Astrid H.] aangekondigd dat er snel mensen geliquideerd zouden worden. [261] Over Van der Bijl heeft [Astrid H.] verklaard dat [Willem H.] meer keren met haar heeft gedeeld dat hij de opdracht heeft gegeven om Van der Bijl te liquideren en dat hieraan mede ten grondslag lag dat Van der Bijl met de politie sprak. [262]
hij of ik, zo heeft [Willem H.] tegen deze getuige gezegd. [263]
hij– daarvoor toestemming geeft;
henkan worden bereikt en als –
hij– toestemming geeft direct wordt uitbetaald.
een hele doosmet daarin verklaringen van [Fred R.] , dat die advocaat moet worden gebeld, en dat hij, [Willem H.] [Fred R.] nog nooit heeft gesproken. [305]
Inleidend
De persoon van [Fred R.]
De contacten van [Fred R.]
De voorgenomen moord op [slachtoffer 10] en de moorden op Van Hout en [slachtoffer 12]
De voorgenomen moord op [slachtoffer 10] : periode 2002/2003
De moorden op Van Hout en [slachtoffer 12]
De periode 2005-2006: verklaringen [Fred R.] in relatie tot onderzoeksbevindingen
[slachtoffer 9]
[slachtoffer 8] , Van der Bijl en [slachtoffer 7]
doodvallen. Volgens [Fred R.] heeft hij daarmee bedoeld aan te geven dat ook deze man een probleem had. [361]
“die jongen heb nooit geen opdracht gehad. En dat vind ik al zo raar, waarom ga je je eigen dan belasten. Om zijn eigen belangrijker te maken, dat is eh dat is er gebeurd. Dat is, dat is, daarom ben ik ook niet voorgekomen. Want ik werd, mijn zaak is aangehouden, eigenlijk alleen maar voor die zaak van [slachtoffer 8] ”. [366]
“Fred was God. Fred kwam dus het huis moest echt, als het al schoon was, dan moest het nog driemaal schoner zeg maar, alles om Fred, om maar indruk te maken op Fred of goedkeuring van Fred. Hij was altijd onderdanig naar Fred.” [368] [betrokkene 1] als iemand met een erg rijke fantasiewereld die daarvan stelselmatig en door de vele jaren heen tegenover zijn naasten blijk heeft gegeven.
[betrokkene 3] en [betrokkene 4]
[Fred R.] ter plaatse ten tijde van de moord op Van der Bijl?
Contacten van [Fred R.] met [Dino S.] : bevestiging voor de verklaringen van [Fred R.] ?
iemandheeft gesproken, waarop [getuige 10] bevestigend antwoordt. Zij voegt eraan toe: maar
die persoonhad nog niks gehoord. Daarop heeft [Fred R.] gezegd: “ik zal
hemeens piepen vandaag”. [388] Het hof leidt uit de inhoud van een eerder op die dag (feitelijk: de late avond van de vorige dag: 00:02 uur) door [Fred R.] en [getuige 10] gevoerd telefoongesprek af dat [getuige 10] en [Fred R.] spreken over [getuige 11] (de vriendin van [Dino S.] ) en over [Dino S.] . [389] [getuige 10] meldt aan [Fred R.] dat zij Es (het hof begrijpt: [getuige 11] ) nog niet heeft gesproken, en dat [getuige 10] niet weet of [getuige 11] [Dino S.] (het hof begrijpt: [Dino S.] ) nog heeft gesproken. Het gesprek van 26 februari 2006 (17:02 uur) laat zich redelijkerwijs niet anders begrijpen dan als een vervolg op hetgeen de avond ervoor tussen hen telefonisch is besproken. De door de verdediging aan dit gesprek gegeven duiding, als zou [Fred R.] tegenover [getuige 10] slechts opschepperig gedrag hebben vertoond, kan het hof dan ook niet volgen.
De moorden op Houtman en Van der Bijl: het ontbreken van motieven
Verkrijgen wetenschap daderschap [Jesse R.] inzake Houtman
Betalingen aan [Fred R.] in detentie?
Veroordeeld in Van der Bijl wordt ik toch wel. Maak je niet druk over wat dan ook! Ik heb mijn woord gegeven, afspraak is afspraak! Plus, jij hebt er niets mee te maken! (dat weet ik). Wat betreft Ali in dossier: (bezoek is dezelfde als in de tap van [betrokkkene 4] , en over een vader heb ik nooit gesproken.” De verdediging van [Dino S.] ziet in deze tekstregels het bewijs dat [Fred R.] liegt, in dit geval het als kroongetuige onterecht beschuldigen van [Ali A.] . Immers, waar [Fred R.] eerder heeft verklaard dat [Ali A.] ook informatie over liquidaties heeft doorgegeven, erkent [Fred R.] naar aanleiding van deze aan hem voorgehouden tekst dat de bijdrage van [Ali A.] inzake Van der Bijl beperkt is gebleven tot uitbetaling, na de moord op Van der Bijl.
er niets mee te maken heeftdwingt geenszins tot de conclusie dat [Fred R.] over [Ali A.] leugenachtig zou hebben verklaard. De boodschap is geschreven toen [Fred R.] in detentie betalingen ontving in de fase van het proces waarop hij zich op zijn zwijgrecht beriep en geen, voor anderen belastende verklaringen aflegde. Bezien in het verband van dat zwijgen en het (daarvoor) ontvangen van betalingen is de door de verdediging aangehaalde strofe in het verband van het geheel veeleer te duiden als: vrees niet, volgens afspraak verklaar ik niet, ook niet over [Ali A.] . De regel laat zich ook zo uitleggen, dat [Ali A.] met het geven van de opdracht tot die moord niet te maken heeft. Beide lezingen verdragen zich met wat [Fred R.] in de kern heeft verklaard, zowel over betalen in relatie tot zijn zwijgen, als over de rol die [Ali A.] inzake de moord op Van der Bijl heeft gespeeld, te weten niet die van opdrachtgever (en wel die van uitbetaler van de premie na de moord). [407]
- Het hof heeft de betrouwbaarheid van de verklaringen van [Fred R.] onderzocht. Dit onderzoek is ambtshalve verricht en ook naar aanleiding van verweren van de verdediging.
- De verdediging heeft [Fred R.] getypeerd als een gewiekste kroongetuige, die volstrekt leugenachtig voor [Dino S.] en [Jesse R.] belastende verklaringen heeft afgelegd.
- Het hof heeft na dossieronderzoek geen bevestiging voor die typering gevonden. Anders dan door en namens [Dino S.] is betoogd is er onmiskenbaar bewijs voorhanden voor verdergaand (on)middellijk contact tussen [Dino S.] en [Fred R.] en andere betrokkenen. Het beeld dat na dossieronderzoek is verkregen sluit aan op wat [Fred R.] als getuige heeft verklaard over de gang van zaken voorafgaand aan en rondom de moorden op Houtman en Van der Bijl, en wat op die moorden is gevolgd.
- Het hof heeft vervolgens het gevoerde verweer tegen de betrouwbaarheid van de verklaringen van [Fred R.] beoordeeld. De onderbouwing van dat verweer ziet op de persoon van [Fred R.] , op zijn contacten, op zijn vermeende leugens over andere (voorgenomen) moorden ( [slachtoffer 10] , Van Hout en [slachtoffer 12] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 7] en Van der Bijl). Het hof is die gevallen nagegaan en heeft voor dat liegen geen bevestiging gevonden.
- Voor de door [Fred R.] gestelde contacten met [Dino S.] heeft het hof wel bevestiging in het dossier gevonden. Deze bevestiging is dikwijls indirect, maar wel toereikend.
- In een ander zaaksdossier - dat niet formeel en ook niet inhoudelijk van belang is in de strafzaken tegen [Jesse R.] en [Dino S.] – staat de verklaring van [Fred R.] tegenover de verklaring van [Peter la S.] . Het hof heeft het licht dat tussen hun verklaringen zit omschreven en gewaardeerd. De uitkomst daarvan is dat er zonder meer een sterke aanwijzing is dat één van hen onwaarheid heeft gesproken. Omdat dat zaaksdossier en de discrepantie tussen hun verklaringen in de zaken tegen [Jesse R.] en [Dino S.] als een geïsoleerde kwestie kan worden benaderd heeft dat geen betekenis voor de bewijsbeslissingen die in de zaken tegen [Jesse R.] en [Dino S.] moeten worden genomen.
- De tussenconclusie van het hof is dat er geen belemmering bestaat voor het gebruik voor het bewijs van de verklaringen die zijn afgelegd door de getuigen [Peter la S.] , Q5 en [Fred R.] .
Medeplegen
Voorbedachte raad
Inleiding
Met betrekking tot de moord op Houtman
Met betrekking tot de moord op Van der Bijl
[Ali A.] en [Willem H.]
De kroongetuigen
De samenhang
De achtergrond
Met betrekking tot Houtman
óf de één, óf de ander.
eraanzou gaan. Kort voor de moord op Houtman zei hij dat er snel mensen zouden worden vermoord.
hij of ik, zei [Willem H.] tegen deze getuige.
- er sprake was van een conflict tussen [Willem H.] en Houtman;
- [Willem H.] Houtman in elk geval in 2004 heeft afgeperst, maar dat ook in 2005 nog sprake was van problemen tussen [Willem H.] en Houtman;
- dat [Willem H.] in het najaar van 2005 vermoedde dat Houtman een bedreiging vormde en hem, [Willem H.] , wilde laten vermoorden;
- [Willem H.] zich in de periode waarin de moord op Houtman plaatsvond, ten overstaan van zijn naasten heeft uitgelaten over zijn voornemen om Houtman te (laten) vermoorden.
Met betrekking tot Van der Bijl
- ook Van der Bijl een conflict had met [Willem H.] ;
- Van der Bijl sprak met de politie en verklaringen aflegde over o.a. [Willem H.] en [Dino S.] ;
- de moord op Van der Bijl door zowel [Fred R.] als [Astrid H.] in verband wordt gebracht met dit spreken met de politie en door zowel [Astrid H.] als Q5 met het vermoeden dat Van der Bijl [Willem H.] iets wilde aandoen.
Voor het bewijs relevante ontmoetingen en verbanden tussen personen
hitman. [438] Hij werd in het milieu gezien als liquidator nummer één. Dat was deel van zijn imago en hoorde bij hem. [439]
Klussen voor [Ali A.] in 2004 en de verhouding met [Dino S.]
[Willem H.] en ik lagen elkaar niet”), dat zijn huisnummer in Abcoude inderdaad 4 is en dat hij bijna altijd in een auto van het type Jeep 4-wheel-drive rijdt. [443] [Peter la S.] heeft de woning van [slachtoffer 10] aangewezen aan de politie. [444]
Een ontmoeting in Naarden-Vesting in november 2004
een klus” (d.w.z. een opdracht om een moord te plegen). [Peter la S.] is zelf niet bij dit deel van het gesprek tussen [Jesse R.] en [Willem H.] geweest, maar hij heeft verklaard dat [Jesse R.] hem heeft gezegd dat [Willem H.] had gezegd “
ga morgen maar naar [Dino S.] , weet je wel, ga maar naar [Dino S.] , weet je wel ik heb er genoeg”.
Ik kwam alleen met vrouwen in het Arsenaal. Ik weet dat absoluut zeker.”) [455] hebben getracht de aanwezigheid van [Willem H.] te maskeren, eerst voordat de werkelijke relevantie van deze ontmoeting uit het dossier kon blijken.
Een ontmoeting van [Jesse R.] met [Dino S.] in 2004
Tussenconclusie
- [Jesse R.] sinds reeds sinds de jaren ’90 actief is geweest met het plegen van moorden;
- [Jesse R.] in november 2004 actief bezig is geweest om zichzelf te voorzien van ‘klussen’, oftewel opdrachten om moorden te plegen;
- [Jesse R.] zich in dat verband heeft verstaan met zowel [Willem H.] als [Ali A.] ;
- [Jesse R.] en [Willem H.] hebben getracht de aanwezigheid van [Willem H.] in het Naardense Arsenaal te bemantelen;
- [Jesse R.] door [Willem H.] is verwezen naar [Dino S.] , waarna [Jesse R.] [Dino S.] ook heeft ontmoet.
De opdracht voor de moorden op Houtman en Van der Bijl
Ontmoetingen in Baja, BED en Diemen in oktober 2005
[Peter la S.]
Bespreking van enkele verweren betreffende de ontmoeting in BED
[Fred R.]
Q5 en [Astrid H.]
- hij van een rechtstreeks contact van [Dino S.] heeft gehoord, dat [Dino S.] dat contact zelf heeft verteld dat [Dino S.] en [Willem H.] een hoogoplopend conflict hadden met Houtman, Van der Bijl, Hingst en Mieremet en dat zij besloten hadden deze personen om het leven te brengen;
- hij [Dino S.] en [Willem H.] kort voor de moorden op Houtman en Mieremet in de Baja Beach Club te Rotterdam heeft horen zeggen dat deze personen
- hij van iemand uit de directe omgeving van [Willem H.] , [Dino S.] en [Ali A.] heeft gehoord dat drie of vier personen nu snel
Een ontmoeting op het Amsterdamse Gelderlandplein
Als deze goed gaat heb ik nog een andere voor jullie” en/of “
Osdorp eerst”. Over de precieze bewoordingen is [Peter la S.] niet eenduidig. Naar het oordeel van het hof doet dat ook niet wezenlijk af aan de betrouwbaarheid van die verklaring. Uit beide bewoordingen blijkt immers dat [Willem H.] zich bemoeide met de volgorde van de te plegen moorden en dat die volgorde, in lijn met hetgeen [Jesse R.] had teruggekoppeld over de ontmoeting met [Dino S.] , er op neerkwam dat Houtman eerst zou worden vermoord. Het hof stelt vast dat dat feitelijk ook is gebeurd. Het hof stelt voorts vast dat [Peter la S.] op dit thema uitvoerig is bevraagd en dat [Peter la S.] niet is teruggekomen op de essentie van zijn verklaring, te weten dát dit gesprek heeft plaatsgevonden.
als deze goed gaat heb ik nog een andere voor jullie” zonder meer betekent dat er op dat moment pas één opdracht zou zijn verstrekt en derhalve strijdig is met de verklaring van [Peter la S.] dat reeds in BED was gesproken over drie personen die moesten worden vermoord. Het hof ziet hierin vooral een bevestiging van hetgeen [Jesse R.] aan [Peter la S.] heeft verteld, namelijk dat er inderdaad sprake was van meer beoogde slachtoffers.
Aanwijzen van een slachtoffer
De rondjes met [Fred R.] en de prioriteit
dubbele de-auditu-verklaring en weet [Peter la S.] niet wat de aard van het contact tussen [Fred R.] en [Dino S.] dan is geweest, zodat die ook op contact tussen [Fred R.] en [Dino S.] met de vriendinnen betrekking kan hebben. Aldus die verdediging.
Tussenconclusie
- [Willem H.] en [Dino S.] blijkens de verklaringen van de getuige Q5 een conflict hadden met Hingst, Houtman, Mieremet en Van der Bijl en daarover spraken in de Rotterdamse horeca;
- de verklaring van Q5 voor wat betreft dat conflict tussen [Willem H.] en genoemde personen bevestiging vindt in de verklaring van de getuige [Astrid H.] ;
- volgens de verklaring van [Peter la S.] [Dino S.] , in aanwezigheid van [Ali A.] , in de uitgaansgelegenheid BED aan [Jesse R.] de opdracht heeft gegeven om drie personen, die later Houtman, Van der Bijl en Hillegers bleken te zijn, te vermoorden;
- volgens de verklaring van [Peter la S.] [Dino S.] de volgende dag tijdens een ontmoeting in Diemen ten behoeve van de moord op Houtman informatie heeft verstrekt;
- op een later moment informatie over Van der Bijl is verstrekt;
- Q5 bevestigt dat [Willem H.] , [Dino S.] en [Ali A.] de moorden op deze personen beraamden;
- [Willem H.] zich heeft bemoeid met de prioritering van de moord op Houtman en dat [Dino S.] zich na de moord op Houtman heeft bemoeid met de prioritering van de moord op Van der Bijl.
- [Dino S.] nauw heeft samengewerkt met [Fred R.] om de moord op Van der Bijl te doen plaatsvinden;
- de verklaringen van [Fred R.] , [Peter la S.] , [Astrid H.] en Q5 over het voorgaande op wezenlijke onderdelen met elkaar overeenstemmen.
De communicatie
Contacten met [Ali A.]
chemie”, of een variatie op dat woord. [482] Ook [Peter la S.] spreekt in onderschept sms-verkeer tussen zijn toestel en het toestel van de vriendin van [Jesse R.] , op dat moment kennelijk bij [Jesse R.] in gebruik, over “
chemie”, in berichten die gezien hun aard en datum van verzenden onmiskenbaar zien op het mededelen door [Peter la S.] aan [Jesse R.] van het feit dat hij bij de politie vérstrekkende verklaringen heeft afgelegd. De betreffende berichten zijn immers verzonden drie dagen nadat [Peter la S.] voor het eerst bij de CIE zijn betrokkenheid bij de moord op Houtman heeft bekend. [Peter la S.] schrijft dan aan [Jesse R.] : “
Het is al te laat, alles is geschreven, dit is de enige weg, good luck”, “
het is over, ik ben al tot het eindpunt gegaan, het is niet meer of maar wanneer, ik ben beveiligd, vraag chemie anders ben je te laat” en “
De sneeuwbal is aan het rollen en is niet meer te stoppen”. In dezelfde reeks berichten wordt ook door [Peter la S.] gevraagd “
is dit wel famme[sic]
fatal”. [483] [Peter la S.] heeft later verklaard dat “
femme fatal” een aanduiding was voor de code “super woman”. [484] Een en ander vormt bevestiging van het feit dat [Jesse R.] , [Peter la S.] en [Ali A.] zich bedienden van codes en bijnamen om hun gangen te verhullen.
Chemi hffhfrfefl -2”. Uit de verklaring van [Jesse R.] als verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 18 april 2016 volgt dat dit bestand van [Jesse R.] was (p. 4). Ook werd een bestand met de bestandsnaam “codes” aangetroffen, waarin diverse tienletterige combinaties van woorden waren vermeld. Het betreft onder meer de woordcombinatie “
power flush / 12345 67890”. Uit onderzoek is gebleken dat de – evident – gecodeerde vermelding “
hffhfrfefl -2” in het telefoonbestand kan worden ontsleuteld met de woordcombinatie “
power flush” en dat alsdan een semafoonnummer (06-60656467) zichtbaar wordt. Het hof acht niet begrijpelijk de stelling van de verdediging van de medeverdachte [Jesse R.] dat het slechts een aanname is dat versleuteling heeft plaatsgevonden. In dat verband komt betekenis toe aan de verklaringen van [Peter la S.] die inhouden dat [Jesse R.] de echt belangrijke telefoonnummers digitaal opslaat, maar dan wel vervormd, en dat [Jesse R.] dingen zo noteert dat niemand er een touw aan kan vastknopen. [485]
- uit de verklaringen van [Peter la S.] blijkt dat [Jesse R.] regelmatig contact had met [Ali A.] ;
- uit de verklaringen van [Fred R.] blijkt dat [Jesse R.] zijn communicatiemiddelen om [Ali A.] te bereiken aan [Fred R.] heeft overgedragen
- de activatie van deze twee semafoontoestellen *6466 en *6467 plaatsvindt zeer kort nadat [Jesse R.] uit detentie is ontslagen;
- de semafoons *6466 en *6467 kennelijk worden gebruikt voor één-op-één contact, waarbij de semafoon *6467 vrijwel telkens wordt aangezocht door de mobiele telefoon *9656;
- het aantreffen van het semafoonnummer *6467 in een computer van [Jesse R.] onder vermelding van Chemie, oftewel [Ali A.] , gezien dat één op één contact een zwaarwegende aanwijzing is dat [Jesse R.] de gebruiker van de tegennummers van de
- er een ruim uur na de moord een inhoudelijk afwijkend bericht wordt verzonden, [Peter la S.] heeft verklaard dat [Jesse R.] op de avond van de moord contact heeft gehad met [Ali A.] én uit de verkeersgegevens blijkt dat er die avond berichten zijn verzonden gericht op het maken van een afspraak;
- met deze semafoons (op het maken van afspraken bij locatie 1, oftewel Ping, gerichte) berichten zijn gewisseld in de periode waarin volgens zowel [Fred R.] als [Peter la S.] de ontmoeting bij Ping plaatsvond, waar behalve [Fred R.] en [Peter la S.] nu ook juist [Ali A.] en [Jesse R.] aanwezig waren.
Contacten met [Sjaak B.]
Contacten met [Dino S.]
4959) waarvan het nummer opmerkelijk dicht bij het nummer ligt van een semafoon die in 2007 in de woning van [getuige 27] , de relatie van [Jesse R.] , is aangetroffen (06-6065
4962). [493] Op 19 juli 2005 zijn in de woning van [Dino S.] voorts tal van semafoons aangetroffen, onder meer twee semafoons met de nummers 06-60654968 en 06-60654969. Het hof stelt vast dat ook dat semafoonnummer opmerkelijk dicht in de buurt ligt van semafoonnummer *4962. [494] Het hof kent aan dit gegeven betekenis toe, nu het hof eerder heeft vastgesteld dat de door [Jesse R.] en [Ali A.] gebruikte semafoons *6466 en *6467 eveneens dicht bij elkaar liggende (immers opvolgende) nummers hebben en dat deze semafoons zijn gebruikt om na de moord op Houtman te communiceren. Het hof acht in het licht van al hetgeen in de sleutel van het bewijs is overwogen en vastgesteld niet aannemelijk dat deze opvallende overeenkomst aan het toeval moet worden toegeschreven, te minder nu [Fred R.] heeft verklaard dat hij in de periode 2002-2003 voor [Jesse R.] de communicatie met [Dino S.] verzorgde en daartoe over een tas met semafoons beschikte. De berichten die naar de semafoons werden verzonden hielden tijdstippen in, die werden gemaskeerd door daar een aantal uren bij op te tellen of af daarvan te trekken. [495] Die verklaring sluit naadloos aan op de verklaring van [Peter la S.] over deze wijze van communicatie. Tijdens de aanhouding van [Fred R.] bij of in de nabijheid van een benzinestation in Amstelveen op 28 januari 2003 werd onder [Fred R.] een fors aantal mobiele telefoons en semafoons inbeslaggenomen door de politie. [496] [Fred R.] heeft verklaard dat deze telefoons en semafoons behoorden bij een gesloten telecommunicatienetwerk tussen [Jesse R.] en [Ali A.] , en tussen [Jesse R.] en [Dino S.] . [497]
Tussenconclusie
De moord op Houtman
De voorbereiding: wapens
collectors item”. Nadat [Jesse R.] met dit vuurwapen hadden “
proefgeschoten”, heeft [Sjaak B.] nog eens munitie geleverd.
proefgeschoten”, eerst door [Peter la S.] en daarna door [Jesse R.] .
De uitvoering
Bespreking van bewijsverweren met betrekking tot de moord op Houtman
Geen motief [Dino S.]
De mededeling van [Jesse R.] aan [Fred R.] in de PI
als ik zo kijk dan ga jij op 19 oktober 2005 op bezoek en de andere is John [journalist 2] , de journalist. Waarom waren jullie daar?”. Van belang is voorts dat door de verhoorders wordt gezegd “
ik had het over jouw bezoeken in de PI bij Fred, samen met John [journalist 2]”. Deze formulering sluit de mogelijkheid dat [journalist 2] en [Jesse R.] vaker op dezelfde dag op bezoek zijn gegaan, niet uit.
De weersomstandigheden
De getuige [getuige 29]
- het door de getuige opgegeven signalement van een Aziatische man niet aansluit bij de toenmalige haardracht van [Jesse R.] ;
- de getuige [Jesse R.] niet heeft herkend tijdens een fotoconfrontatie;
- [Peter la S.] op 17 augustus 2007 heeft verklaard dat hij zich niet kan voorstellen dat [Jesse R.] en hij op de avond van de moord een rondje in het park hebben gelopen.
misschien is het wel zo, maar ik kan het mij niet meer herinneren” en “
het kan zijn dat, omdat de auto van Kees er stond, dat we zeg maar een rondje zijn gaan lopen”.
De getuigen [getuige 16] en [getuige 17]
Met betrekking tot de verklaringen van [getuige 16]
en hun [de daders] zijn of vanaf dat bussie vanuit het laantje… of ze zijn daarvanuit gekomen of bij de buurvrouw vandaan he. Maar zij weet dat dus precies he. Het schijnt dat ze alles gezien heeft.” [509] Het hof neemt voorts in aanmerking dat het sporenbeeld niet aansluit op de latere verklaringen van [getuige 16] dat zij de daders al schietend voor haar woning langs heeft zien komen. Op de door de getuige beschreven looproute voor het keukenraam langs zijn immers geen hulzen aangetroffen en evenmin zijn er kogelinslagen aan te wijzen die aansluiten bij een beschieting vanuit de richting van de Fiat. Integendeel, de aangetroffen sporen – met name de kogelinslag in de ruit van de bestuurdersstoel – wijzen eerder op een beschieting van Houtman met de Glock
et betrekking tot de verklaringen van [getuige 17]
eigenlijk niet” (dig. p. 10). [510] Het hof constateert bovendien, dat de getuige eerst bij de rechter-commissaris in 2009 – ruim drie jaar na de moord – verklaart dat de daders links om de Fiat heenliepen en op haar vader bleven schieten. [511] Deze verklaring wijkt op het springende punt van de looproute af van haar eerdere, consistente verklaringen. Bovendien geldt ook hier dat het sporenbeeld – zoals hiervoor overwogen ten aanzien van de getuige [getuige 16] – niet aansluit op haar verklaring. Tegen die achtergrond gaat het hof voorbij aan de bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring van de getuige en bezigt het hof slechts onderdelen van haar eerder afgelegde verklaringen voor het bewijs.
Bezoek [Jesse R.] aan [Ali A.] na de moord
zo klaar als een klontje” was wat [Jesse R.] bedoelde, omdat [Jesse R.] en hij van elkaar wisten waar ze het over hadden. [512] Het hof ziet geen aanleiding om daaraan te twijfelen, in aanmerking nemend dat het gesprek tussen [Jesse R.] en [Peter la S.] plaatsvond minuten nadat zij een moord hadden gepleegd waar [Ali A.] – zo blijkt ook uit de verklaring van de getuige Q5 – in de sfeer van opdrachtgeverschap bemoeienis mee heeft gehad, terwijl voorts uit het semafoonverkeer tussen [Jesse R.] en [Ali A.] blijkt dat tussen deze personen contact is geweest na de moord.
Overwegingen met betrekking tot het daderschap en de deelnemingsvorm
Daderschap [Jesse R.]
- samen met [Peter la S.] naar afspraken in Rotterdam en Diemen is gereden die – naar hij wist – met te plegen moorden verband hielden, naar later bleek de moord op o.a. Houtman;
- de opdracht om Houtman te vermoorden heeft aanvaard;
- aanwezig is geweest bij de overdracht van de gebruikte vuurwapens en daarin zelf een actieve rol had;
- actief heeft deelgenomen aan het proefschieten met deze vuurwapen;
- samen met [Peter la S.] voorverkenningen heeft uitgevoerd;
- samen met [Peter la S.] in de bosjes Houtman heeft opgewacht;
- Houtman heeft doodgeschoten, terwijl [Peter la S.] van enige afstand met een Kalasjnikov in richting van de woning van Houtman heeft geschoten;
- zich samen met [Peter la S.] uit de voeten heeft gemaakt;
- de vluchtauto op een geschikte plek heeft achtergelaten;
- als beloning voor al het voorgaande een beloning van zo’n € 65.000 heeft ontvangen, zijnde (ongeveer) de helft van de voor deze moord uitgekeerde vergoeding.
De uitlokking door [Dino S.]
Conclusie
De moord op Van der Bijl
Een door [Jesse R.] en [Peter la S.] ondernomen poging
De uitlokking van [betrokkene 3] en [betrokkene 4]
Conclusie
achtergronden,
relevante contacten/ontmoetingen en verbanden tussen personen
de voorbereiding
de verstrekking van de opdrachten
de communicatie
de feitelijke uitvoering van de moorden en de uitbetalingen
way of life.
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
. zaaksdossier Agenda
. zaaksdossier Perugia
criminele organisatie
Paspoorten
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Oplegging van straf
eerstevoorwaarde heeft betrekking op de vraag die bij de herbeoordeling aan de orde komen, namelijk of zich zodanige veranderingen aan de zijde van de veroordeelde hebben voltrokken en zodanige vooruitgang is geboekt in zijn of haar resocialisatie, dat verdere tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf niet langer is gerechtvaardigd. Hiervoor is vereist dat reeds ten tijde van de oplegging van de levenslange gevangenisstraf het voor de veroordeelde in voldoende mate duidelijk is welke objectieve criteria zullen worden aangelegd bij de herbeoordeling, zodat hij weet aan welke vereisten hij moet voldoen, wil hij – op termijn – voor verkorting van de straf of (voorwaardelijke) invrijheidsstelling in aanmerking komen. De in dat verband gehanteerde criteria mogen niet zo stringent zijn dat vrijlating alleen is toegelaten bij een ernstige ziekte of bij het bereiken van een hoge leeftijd.
tweedevoorwaarde dat als uitgangspunt heeft te gelden dat de herbeoordeling niet meer dan 25 jaar na oplegging van de straf plaatsvindt en dat na die termijn periodiek de mogelijkheid tot herbeoordeling wordt geboden.
derdevoorwaarde is dat de herbeoordeling met voldoende procedurele waarborgen dient te zijn omgeven.
vierde en laatstevoorwaarde is dat de veroordeelde zich tijdens de tenuitvoerlegging van
resocialisatie-activiteitenaangeboden (structuur, regelmaat, aanspreken op eigen verantwoordelijkheid). De activiteiten zijn neergelegd in een op de individuele veroordeelde toegesneden detentieplan. Deze zien niet op “daadwerkelijke concrete terugkeer in de samenleving”. Een uitgebreidere inhoudelijke beschrijving hiervan wordt gegeven in de brief aan de Tweede Kamer van 2 september 2016. In het nieuwe beleid wordt onder resocialisatie-activiteiten verstaan de activiteiten gedurende de eerste 25 jaar van de detentie in het kader van een zinvolle dagbesteding waarmee het sociaal functioneren wordt bevorderd. Doel daarbij is onder meer het zoveel mogelijk beperken van mogelijke detentieschade.
re-integratieactiviteitenaangeboden. Er wordt dan een groter beroep gedaan op zelfredzaamheid en zelfontplooiing. Ook wordt er initiatief verwacht van de veroordeelde. Er worden in dat kader geleidelijk meer vrijheden geboden. Verlof kan op enig moment onderdeel daarvan zijn. De activiteiten worden neergelegd in een re-integratieplan. De resultaten worden gemonitord.
detentiewordt de veroordeelde overgebracht naar het Pieter Baan Centrum voor diagnostiek en risico-analyse. Ook wordt een slachtoffer- en/of nabestaandenonderzoek gedaan door Slachtofferhulp Nederland. Verder krijgt de Reclassering Nederland de opdracht om een RISc uit te voeren (genoemd in de brief van 20 december 2016).
detentieis het eerste toetsmoment. Ter beoordeling staat of re-integratieactiviteiten zullen worden aangeboden. Het adviescollege dat bij het Besluit is ingesteld, adviseert hierover, gehoord de veroordeelde en gehoord nabestaanden en slachtoffers en zo nodig op basis van deskundigenadvies. De minister beslist of re-integratieactiviteiten al dan niet worden gestart alsmede waarin deze bestaan.
detentievindt herbeoordeling van de straf plaats. Hiertoe neemt de minister een “voorstel tot gratieverlening” in overweging. Dit is een procedure op de voet van artikel 19 Gratiewet Pro waarbij de minister wegens bijzondere omstandigheden ambtshalve een onderzoek naar de mogelijkheden van gratiëring initieert. In deze procedure wordt advies ingewonnen van het gerecht dat in hoogste feitelijke aanleg de straf heeft opgelegd. Dit ontvangt op zijn beurt een advies van het OM. De toepasselijkheid van dit traject blijkt noch uit de tekst van het Besluit noch uit de toelichting erop. Maar de brieven van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer van 25 oktober 2016 en van 20 december 2016 maken dit wel duidelijk.
gratieverzoekdient te worden gemotiveerd (artikel 18, lid 2 Gratiewet) maar dat voorschrift is niet van toepassing in de ambtshalve procedure die op de voet van het Besluit zal worden geïnitieerd.
8.Benadeelde partijen
2. Het geval waarin sprake is van schade die bestaat uit geestelijk letsel van een derde als gevolg van het waarnemen van een ongeval dat een ander is overkomen of het waarnemen van de gevolgen daarvan (shockschade).
2. Een ander dan de gewonde of overleden persoon ondervindt een hevige emotionele schok door waarneming van het ongeval of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen hiervan (directe confrontatie-eis);
3. De shock moet leiden tot geestelijk letsel;
4. Dit geestelijke letsel is een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.
€ 1.576,32(duizend vijfhonderd zesenzeventig euro en tweeëndertig cent). De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen.
2. Het geval waarin sprake is van schade die bestaat uit geestelijk letsel van een derde als gevolg van het waarnemen van een ongeval dat een ander is overkomen of het waarnemen van de gevolgen daarvan (shockschade).
2. Een ander dan de gewonde of overleden persoon ondervindt een hevige emotionele schok door waarneming van het ongeval of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen hiervan (directe confrontatie-eis);
3. De shock moet leiden tot geestelijk letsel;
4. Dit geestelijke letsel is een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.
€ 10.000(tienduizend euro). De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 2 november 2005.
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.BESLISSING
levenslange gevangenisstraf.
- 2.) Paspoort, kleur rood, Bulgaars 17111968 o.n.v. Petar Dimitrov Todorov, foto [Dino S.] (3904320);
- 3) Paspoort, kleur rood, Brits 12051969 t.n.v. Anthony Robert Mcgee, foto [Dino S.] (3904322).
- (7) 1.00 STK haar, kl: zwart, haar van pruik uit enveloppe met code (39044334),
- Een geldbedrag van € 930 in diverse coupures en 65 Britse ponden.