ECLI:NL:GHAMS:2017:4573

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 november 2017
Publicatiedatum
9 november 2017
Zaaknummer
15/860048-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing en schorsing voorlopige hechtenis verdachte

Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, die het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte had afgewezen. De verdachte verbleef in het huis van bewaring Ter Apel en was bijgestaan door zijn raadsman.

Na kennisname van de stukken en het horen van de advocaat-generaal en de verdachte, besloot het hof zich te verenigen met de gronden van de rechtbank. Het hof oordeelde dat de omstandigheden zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich niet voordeden en dat het vluchtgevaar onvoldoende kon worden beperkt door schorsingsvoorwaarden of borgsom.

Daarom wees het hof zowel het hoger beroep tegen de afwijzing van de voorlopige hechtenis als het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. De beschikking werd gegeven in raadkamer op 8 november 2017 door de raadsheren Bruinsma, Houben en Kengen.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af wegens onvoldoende beperking van vluchtgevaar.

Uitspraak

15/860048-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in het huis van bewaring Ter Apel te Ter Apel,
tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 2 oktober 2017, voor zover houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 6 oktober 2017, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman, mr. O.O. van der Lee.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.
Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust. Het hof verwijst in dit verband naar hetgeen de rechtbank heeft overwogen en beslist ter terechtzitting van 2 oktober 2017 (proces-verbaal van de terechtzitting van 2 oktober 2017, pagina 4 en 5) en voor zover nodig naar hetgeen het hof heeft overwogen en beslist in zijn beslissing van heden op het hoger beroep tegen het bevel tot de gevangenneming van de verdachte.
Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voordoet.
Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek moet worden afgewezen. Het hof overweegt dat het vluchtgevaar onvoldoende kan worden ingeperkt door het stellen van schorsingsvoorwaarden en dat de aangeboden borgsom daar niet aan af doet.
15/860048-17

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 8 november 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. M.M.H.P. Houben en A.M. Kengen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 8 november 2017,
de advocaat-generaal