ECLI:NL:GHAMS:2017:2331
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Schorsing voorlopige hechtenis verdachte na veroordeling bevestigd door Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde op 7 juni 2017 het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte, die reeds veroordeeld was door de rechtbank Amsterdam op 16 mei 2017. Het hof nam kennis van de relevante stukken en hoorde de advocaat-generaal, de verdachte en diens raadsman.
Het hof overwoog dat, anders dan de rechtbank had geoordeeld, een enkele veroordeling niet automatisch schorsing van voorlopige hechtenis uitsluit. De verdachte had zich tijdens een eerdere schorsingsperiode aan de voorwaarden gehouden, wat het hof deed concluderen dat het recidivegevaar voldoende was ingeperkt. Er waren geen nieuwe omstandigheden die schorsing onwenselijk maakten.
Daarom achtte het hof, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, termen aanwezig om de schorsing te bevelen. De voorlopige hechtenis werd geschorst met ingang van 8 juni 2017, onder strikte voorwaarden zoals het niet plegen van strafbare feiten, medewerking aan identificatie en het verschijnen op oproep.
Deze beschikking werd gegeven door de raadkamer van het hof, met mr. F.A. Hartsuiker als voorzitter en raadsheren N.A. Schimmel en M.L. Leenaers, en werd ter kennis gebracht van de verdachte door de advocaat-generaal.
Uitkomst: Het Gerechtshof Amsterdam schorst de voorlopige hechtenis van de verdachte onder voorwaarden met ingang van 8 juni 2017.