ECLI:NL:GHAMS:2017:2135
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hof verklaart zich onbevoegd in herroepingsvordering en verwijst zaak naar rechtbank
In deze civiele zaak vordert appellant herroeping van een arrest van het hof van 6 mei 2014. Het hof overweegt dat appellant feitelijk herroeping beoogt van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 december 2013, omdat het hof in het arrest van 2014 geen inhoudelijke beoordeling heeft gegeven maar slechts ontslag van instantie heeft verleend.
Volgens artikel 384 lid 1 Rv Pro moet een herroepingsvordering worden ingesteld bij de rechter die in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld. Omdat het hof niet inhoudelijk heeft geoordeeld, maar de rechtbank dat wel heeft gedaan, is het hof onbevoegd om kennis te nemen van de vordering.
Het hof verklaart zich daarom onbevoegd en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het incident. Deze beslissing schaadt appellant niet, omdat het hof anders de vordering zou hebben afgewezen wegens het ontbreken van herroepingsgronden tegen het arrest van het hof.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de herroepingsvordering en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam.