ECLI:NL:GHAMS:2017:1647
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- C.M. Aarts
- R.J.F. Thiessen
- G.C. Boot
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar niet nakomen re-integratieverplichtingen zonder transitievergoeding
Pantar, een organisatie die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleidt, verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [geïntimeerde] wegens herhaaldelijk niet nakomen van re-integratieverplichtingen. [geïntimeerde] was sinds 1996 in dienst en had een WSW-indicatie. Vanaf 2015 vertoonde hij structureel miscommunicatie en hield zich niet aan het verzuimprotocol, ondanks meerdere waarschuwingen, loonsancties en disciplinaire maatregelen.
Het hof oordeelde dat het gedrag van [geïntimeerde] ernstig verwijtbaar was en dat Pantar gerechtvaardigd was de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Het beroep op het opzegverbod tijdens ziekte werd verworpen omdat onvoldoende aannemelijk was dat het verwijtbare gedrag voortkwam uit ziekte. Verder verloor [geïntimeerde] zijn recht op transitievergoeding vanwege het ernstig verwijtbaar handelen.
Ten aanzien van de loonvordering vanaf 26 januari 2016 oordeelde het hof dat [geïntimeerde] geen loon kon claimen tot 14 april 2016 vanwege het niet verrichten van arbeid en het ontbreken van medische onderbouwing. Over de periode van 14 april tot 27 juli 2016 werd Pantar veroordeeld tot betaling van loon, omdat [geïntimeerde] toen bereidheid tot werk had getoond. De overige beslissingen van de kantonrechter werden bekrachtigd en de kosten werden verdeeld.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, zonder recht op transitievergoeding, en Pantar moet loon betalen over 14 april tot 27 juli 2016.