ECLI:NL:GHAMS:2017:1044
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over rechtsgeldigheid leaseovereenkomst en gevolgen renteloze lening
In deze civiele zaak staat centraal de rechtsgeldigheid van een leaseovereenkomst en de gevolgen van een renteloze lening die ter aflossing van een restschuld is verstrekt. Het hof verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder een tussenarrest van 9 juni 2015 en een arrest van 25 september 2012, en constateert dat de eerdere bindende beslissing dat de lening vervalt bij het ontbreken van een restschuld op een onjuiste juridische grondslag berust.
Varde Investments stelt dat de vorderingen jegens de lessee ook na vernietiging van de leaseovereenkomst rechtsgeldig zijn, omdat een nieuwe rechtsverhouding is ontstaan door de Overeenkomst Dexia Aanbod. De wederpartijen betwisten dit en verwijzen naar eerdere vonnissen en het tussenarrest van 2012.
Het hof overweegt dat de vernietiging van de leaseovereenkomst leidt tot een vordering uit onverschuldigde betaling van de echtgenote van de lessee op Dexia, maar dat de renteloze lening een zelfstandige vordering van Dexia op de lessee is, die aan Varde is gecedeerd. Verrekening tussen de vorderingen van de echtgenote en Varde is niet mogelijk wegens het ontbreken van wederkerig schuldenaarschap. Het hof stelt partijen in de gelegenheid zich hierover uit te laten en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over het terugkomen op de bindende eindbeslissing.