Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2015:394

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 februari 2015
Publicatiedatum
19 februari 2015
Zaaknummer
13/06201
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:88 BWArt. 1:89 BWArt. 7:900 BWArt. 6:229 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt gebondenheid belegger aan Dexia Aanbod ondanks vernietiging effectenleaseovereenkomst

In deze zaak stond de vraag centraal of beleggers, die het Dexia Aanbod hadden aanvaard, nog gebonden waren aan dat aanbod nadat de effectenleaseovereenkomst op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW was vernietigd. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure en behandelt het cassatieberoep tegen het arrest van het hof Den Haag van 23 juli 2013.

De Hoge Raad overweegt dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie kunnen leiden en dat het niet nodig is om nadere rechtsvragen te beantwoorden, mede gelet op artikel 81 lid 1 RO Pro. De uitleg van de vaststellingsovereenkomst en de toepassing van het Haviltex-criterium spelen een rol in de beoordeling.

Uiteindelijk wordt het beroep verworpen en worden eisers veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke nihil worden begroot aan de zijde van Varde. De uitspraak bevestigt de rechtsgeldigheid van de gebondenheid aan het Dexia Aanbod ondanks de vernietiging van de onderliggende effectenleaseovereenkomst.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eisers blijven gebonden aan het Dexia Aanbod ondanks de vernietiging van de effectenleaseovereenkomst.

Uitspraak

20 februari 2015
Eerste Kamer
nr. 13/06201
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. L.E. Calis,
t e g e n
VARDE INVESTMENTS (IRELAND) LIMITED,
gevestigd te Dublin, Ierland,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Varde.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 800510\CV EXPL 08-8011 van de kantonrechter te Leiden van 29 april 2009;
b. het arrest in de zaak 200.042.649/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 28 september 2010, waarbij [eiser 2] is toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van [eiser];
c. het arrest in de zaak 200.042.649/03 van het gerechtshof Den Haag van 23 juli 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen laatstgenoemd arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Varde is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 29 januari 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Varde begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
20 februari 2015.