ECLI:NL:GHAMS:2016:5261

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 december 2016
Publicatiedatum
9 december 2016
Zaaknummer
23-000597-16
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 321 SrArt. 422 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen diefstal mobiele telefoon wegens onvoldoende bewijs

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken van medeplegen diefstal en subsidiair verduistering van een mobiele telefoon van het merk Apple iPhone 6.

De tenlastelegging betrof het op of omstreeks 24 november 2014 in Amsterdam wederrechtelijk toe-eigenen van de telefoon, primair als medepleger van diefstal en subsidiair als verduisteraar. Het openbaar ministerie vorderde een taakstraf van 100 uur, te vervangen door 50 dagen hechtenis.

Het hof overwoog dat uit de bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat verdachte een rol had in de uitvoering van het delict, noch dat een eventuele geringe rol werd gecompenseerd door een grotere rol in de voorbereiding. Ook was niet bewezen dat verdachte het goed reeds onder zich had als vinder, zoals vereist voor verduistering.

Daarom oordeelde het hof dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij. De verweren van de raadsman behoefden geen nadere bespreking. Het arrest werd uitgesproken op 9 december 2016 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen diefstal en verduistering van een mobiele telefoon wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

parketnummer: 23-000597-16
datum uitspraak: 9 december 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 februari 2016 in de strafzaak onder parketnummer
13-689885-14 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
25 november 2016, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij:
primair:
op of omstreeks 24 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (mobiele) telefoon (merk/type: Apple Iphone 6), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);
subsidiair:
hij op of omstreeks 24 november 2014 te Amsterdam opzettelijk een mobiele telefoon (merk/type Apple I-Phone 6), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk(e) goed(eren) verdachte als vinder en aldus dat/die goed(eren) anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 dagen hechtenis.

Vrijspraak

Aan de verdachte is – kort gezegd – onder primair medeplegen diefstal van een telefoon en onder subsidiair verduistering van een telefoon ten laste gelegd.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316 onder meer het volgende ten aanzien van medeplegen van diefstal overwogen. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Indien de verdachte hoofdzakelijk gedragingen na de uitvoering van het strafbare feit heeft verricht, is in uitzonderlijke gevallen medeplegen denkbaar. Maar een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal dan wel moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding, terwijl in de bewijsvoering in zulke uitzonderlijke gevallen ook bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest om de kwalificatie medeplegen te rechtvaardigen.
Nu verdachte het tenlastegelegde ontkent en noch door aangever noch door een getuige is waargenomen dat verdachte enige rol heeft gehad in de uitvoering van het delict en evenmin uit de beschikbare bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat het ontbreken van deze rol gecompenseerd wordt door een grote(re) rol in de voorbereiding, is het hof met de raadsman van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder primair ten laste gelegde medeplegen van diefstal van een telefoon.
Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde oordeelt het hof dat verdachte het goed niet reeds onder zich had als bedoeld in artikel 321 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Derhalve kan uit de beschikbare bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat hij zich de telefoon wederrechtelijk heeft toegeëigend.
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Nu het hof de verdachte zal vrijspreken van het hem ten laste gelegde, behoeven de door de raadsman bij pleidooi gevoerde verweren geen nadere bespreking.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. M. Iedema en mr. R.M. Vennix, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool en mr. D. Zeiss, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 december 2016.
Mr. R.M. Vennix en mr. D. Zeiss zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[..........]