ECLI:NL:GHAMS:2016:4493
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schadevergoeding na inverzekeringstelling wegens diefstal in vereniging
De verzoeker werd op 30 mei 2014 in verzekering gesteld op verdenking van diefstal in vereniging en op 31 mei 2014 in vrijheid gesteld. De strafzaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel en het arrest werd onherroepelijk. Verzoeker vroeg een schadevergoeding van €105,00 wegens de ondergane inverzekeringstelling.
Het hof heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 89 en Pro 90 Sv en het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2013. Hierbij is gekeken naar de billijkheid en in hoeverre de verzoeker de voorlopige hechtenis aan zijn eigen houding te wijten heeft. Uit het dossier bleek dat er belastende feiten en omstandigheden waren die tot de inverzekeringstelling leidden.
Het hof constateerde dat er geen aangifte van diefstal van de betreffende fiets was en dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de fiets aan een ander toebehoorde dan de verzoeker of medeverdachten. Desondanks waren er omstandigheden binnen de risicosfeer van verzoeker die de inverzekeringstelling rechtvaardigden.
Daarom oordeelde het hof dat geen gronden van billijkheid aanwezig waren om vergoeding toe te kennen en wees het verzoek af. De beschikking werd op 11 november 2016 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schadevergoeding af wegens ontbreken van gronden van billijkheid.