Uitspraak
1.Inhoud van het verzoek
2.Procesverloop
3.Beoordeling van het verzoek
is mevrouw meegenomen naar kantoor, waar zij zelf al toegaf spullen niet betaald te hebben.”
Gerechtshof Amsterdam
Verzoekster was op 5 december 2014 in verzekering gesteld op verdenking van winkeldiefstal en de zaak eindigde zonder strafoplegging. Zij verzocht om een schadevergoeding van €105,00 wegens de ondergane voorlopige hechtenis.
Het hof heeft het verzoekschrift en het standpunt van de advocaat-generaal bestudeerd en verzoekster gehoord via haar advocaat. De advocaat betoogde dat er billijkheidsgronden waren voor vergoeding, maar het hof vond dat de verdenking gerechtvaardigd was gezien de verklaring van verzoekster dat zij spullen niet had betaald en haar niet-weerlegging daarvan in het verhoor.
Op grond van artikel 90 Sv Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad weegt het hof mee of de nadelige gevolgen van de voorlopige hechtenis redelijkerwijs door de Staat gedragen moeten worden. Gezien de omstandigheden en het ontbreken van schuld bij de overheid, maar wel een gerechtvaardigde verdenking, concludeert het hof dat geen billijkheidsgrond bestaat voor vergoeding.
Daarom wijst het hof het verzoek af en beveelt onverwijlde betekening van de beschikking aan verzoekster.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat de verdenking gerechtvaardigd was.