ECLI:NL:GHAMS:2016:3809
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correcte belastingaanslag 2010 ondanks niet-ingediende vereiste aangifte
Belanghebbende werd door de inspecteur aangeslagen voor inkomstenbelasting over 2010 op een belastbaar inkomen van €41.281. Hoewel belanghebbende meerdere digitale aangiften indiende, werd geen vereiste aangifte binnen de wettelijke termijn gedaan, wat leidt tot omkering van de bewijslast. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond omdat hij onvoldoende bewijs leverde dat de aanslag onjuist was.
In hoger beroep bevestigde het hof de ontvankelijkheid van het beroep, maar oordeelde dat belanghebbende niet overtuigend had aangetoond dat de correcties van de inspecteur onjuist waren. De inspecteur baseerde zijn schatting op door belanghebbende verstrekte omzetbelastinggegevens en rekeningafschriften met teruggaven omzetbelasting. Belanghebbende stelde dat hij slachtoffer was van identiteitsfraude, maar dit weerlegde het hof omdat de inspecteur de schatting baseerde op eigen gegevens van belanghebbende.
Het hof concludeerde dat de schatting van de inspecteur redelijk was en dat belanghebbende niet voldeed aan zijn bewijslast om de aanslag te betwisten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2010 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.