Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
2.COOPERATION INDONESIA – EU MISSION TEAM
5.1. [Bedrijf 1]
Form Ain the name of the companies [Bedrijf 1]
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft het hoger beroep van [X] B.V. tegen de navordering van douanerechten door de Belastingdienst/Douane. De inspecteur had een uitnodiging tot betaling (UTB) van ruim €20.000 uitgegeven wegens onjuistheden in de oorsprong van ingevoerde goederen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Feitelijk stond vast dat de Formulieren A, die de oorsprong van de goederen uit Indonesië moesten bevestigen, ongeldig waren verklaard en ingetrokken door de Indonesische autoriteiten na een onderzoek door OLAF. Dit onderzoek toonde aan dat de goederen feitelijk uit China afkomstig waren en onder valse voorwendselen als Indonesisch werden ingevoerd om antidumpingrechten te ontduiken.
Belanghebbende voerde aan dat de intrekking van de Formulieren A niet bevestigd was en dat antidumpingrechten op de douanewaarde in mindering moesten worden gebracht. Het Hof oordeelde dat de intrekking rechtsgeldig was en dat de antidumpingrechten terecht niet van de douanewaarde waren afgetrokken, mede omdat sprake was van kwade trouw van de exporteur. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navordering van douanerechten bevestigd.