ECLI:NL:GHAMS:2016:2999
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inzet tactische misleiding en bewijsuitsluiting bij woningoverval
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland bevestigt het gerechtshof Amsterdam het oordeel dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging. De verdediging stelde dat het OM niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een tactisch plan waarbij de verdachte werd misleid met een fictieve buit, wat zou leiden tot schending van het recht op een eerlijk proces. Het hof oordeelt echter dat deze tactiek, als laatste redmiddel en met inachtneming van proportionaliteit en subsidiariteit, geoorloofd is.
Tijdens het verhoor werd aan de verdachte slechts eenmaal medegedeeld dat er een fictieve enveloppe met geld was buitgemaakt, zonder verdere vragen hierover. De verdachte koos zelf om dit onderwerp later ter sprake te brengen. Er is geen sprake van druk op de keuzevrijheid van de verdachte of schending van artikel 29 Sv Pro. Ook de verlenging van de inverzekeringstelling is volgens het hof rechtmatig en in overeenstemming met het wettelijke systeem en de geldende aanwijzingen.
Het hof verwierp de bezwaren tegen de ontvankelijkheid van het OM en de bewijsuitsluiting van de opgenomen vertrouwelijke gesprekken (OVC). De inzet van de tactiek werd gezien als proportioneel en subsidiariteit was in acht genomen, mede gelet op de ernst van de woningoverval en het vastgelopen onderzoek. Het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd met enkele aanvullingen en correcties.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk en bevestigt het vonnis waarbij de tactiek met fictieve buit geoorloofd is en de opgenomen gesprekken als bewijs mogen dienen.