ECLI:NL:GHAMS:2016:2768
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep WOZ-waarde woning met bouwbestemming en tuin
De heffingsambtenaar van de gemeente Aerdenhout stelde de WOZ-waarde van een woning met bijbehorend perceel vast op €3.077.000, waarbij een deel van het perceel als bouwgrond werd gewaardeerd. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde en stelde dat de onroerende zaak moest worden gewaardeerd naar huidig gebruik als woonhuis met tuin, zonder rekening te houden met de bouwbestemming.
De rechtbank oordeelde dat de percelen samen één WOZ-object vormden en dat de bouwbestemming niet leidde tot waardering van het perceel als afzonderlijk bouwgrond, maar dat de waarde moest worden bepaald als woning met tuin. De WOZ-waarde werd verminderd tot €2.450.000. Zowel de heffingsambtenaar als belanghebbende gingen in hoger beroep.
Het Hof onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat de heffingsambtenaar de waarde niet aannemelijk had gemaakt omdat hij feitelijk twee percelen afzonderlijk had gewaardeerd en opgeteld. Belanghebbende kon haar lagere waarde ook niet aannemelijk maken, mede omdat haar taxatierapporten onvoldoende waren en geen rekening hielden met de bouwbestemming. Het Hof stelde de waarde in goede justitie vast en wees het hoger beroep en incidenteel hoger beroep af.
Daarnaast wees het Hof een verzoek tot aanvullende proceskostenvergoeding af, omdat de procedure niet onnodig was en de heffingsambtenaar niet onzorgvuldig had gehandeld. De uitspraak werd gedaan door drie leden van de belastingkamer en is openbaar.
Uitkomst: Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.