ECLI:NL:GHAMS:2015:5801

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 juli 2015
Publicatiedatum
19 juli 2016
Zaaknummer
15/860108-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 UwArt. 56 UwArt. 82 SvArt. 87 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen hoger beroep mogelijk tegen afwijzing schorsing bewaring opgeëiste persoon

In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam kennisgenomen van het hoger beroep dat door de opgeëiste persoon was ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris in de rechtbank Noord-Holland. Deze beslissing betrof de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de bewaring, gegeven op grond van artikel 15 van Pro de Uitleveringswet.

Het hof heeft de stukken bestudeerd en heeft de advocaat-generaal en de opgeëiste persoon, bijgestaan door diens raadsman, gehoord. De kern van de beoordeling betrof de vraag of hoger beroep mogelijk is tegen een dergelijke beslissing wanneer het hoger beroep door de raadsman van de opgeëiste persoon is ingesteld.

Op grond van artikel 56, tweede lid, van de Uitleveringswet, in samenhang met artikel 87 van Pro het Wetboek van Strafvordering, is hoger beroep alleen open voor de officier van justitie tegen beslissingen van de rechter-commissaris tot schorsing van vrijheidsbeneming. De wet biedt geen mogelijkheid voor hoger beroep door de raadsman van de opgeëiste persoon.

Daarom verklaart het hof de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk in zijn beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadkamer van het hof op 1 juli 2015.

Uitkomst: Hof verklaart de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van bewaring.

Uitspraak

15/860108-15
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1978,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Zwaag te Zwaag,
tegen de beslissing van de rechter-commissaris in de rechtbank te Noord-Holland, van 24 juni 2015, houdende afwijzing van het verzoek tot schorsing van het op grond van artikel 15 Uitleveringswet Pro (Uw) gegeven bevel bewaring.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Schiphol van 15 juni 2015, waarbij namens de opgeëiste persoon hoger beroep is ingesteld.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken en heeft gehoord de advocaat-generaal en de opgeëiste persoon, bijgestaan door diens raadsman mr. [naam].

De beoordeling

Artikel 56, tweede lid, van de Uitleveringswet (Uw) verklaart op bevelen van de rechter-commissaris en de rechtbank tot opschorting of schorsing van de vrijheidsbeneming op grond van die wet – voor zover hier van belang – het bepaalde in artikel 87 van Pro het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
Laatstgenoemd artikel stelt alleen beroep open bij de rechtbank van beslissingen van de rechter-commissaris tot schorsing van de vrijheidsbeneming voor de officier van justitie.
De wet kent geen mogelijkheid van hoger beroep als door de raadsman is ingesteld. De opgeëiste persoon kan daarom niet in dat verzoek worden ontvangen.

De beslissing

Het hof:
VERKLAART de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven op 1 juli 2015 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. H.S.G. Verhoeff en J.L. Bruinsma, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de opgeëiste persoon .
Amsterdam, 1 juli 2015,
de advocaat-generaal