ECLI:NL:GHAMS:2015:5751
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- J.L. Bruinsma
- M.J.G.B. Heutink
- H.A. Marquart Scholtz
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis bij veroordeling poging doodslag
De verdachte werd op 1 oktober 2014 in verzekering gesteld en vervolgens in bewaring genomen op verdenking van poging tot doodslag. De rechtbank wees eerdere verzoeken tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. De verdachte werd bij vonnis van 14 januari 2015 veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. In hoger beroep werd deze straf bevestigd, waarna de verdachte weer werd gedetineerd.
Bij de behandeling van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis op 8 juli 2015 stelde de raadsman dat de herleving van het voorarrest niet was gebaseerd op concrete feiten die maatschappelijke onrust zouden veroorzaken, verwijzend naar jurisprudentie van het EHRM en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De advocaat-generaal verzette zich tegen schorsing.
Het hof oordeelde dat het toetsingskader van artikel 5 EVRM Pro leidend is en dat de voorlopige hechtenis rechtmatig is. Gezien de ernst van het delict, de veroordeling in twee instanties en de geschokte rechtsorde achtte het hof het belang van maatschappelijke veiligheid zwaarder dan het belang van de verdachte bij vrijlating. Het verweer van noodweer(exces) werd door het hof verworpen. Er waren geen bijzondere persoonlijke omstandigheden die schorsing rechtvaardigden.
Daarom wees het hof het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af en bepaalde dat de vrijheidsbeneming dient voort te duren.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen en de voorlopige hechtenis werd voortgezet.