Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2],
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen Schretlen & Co N.V. en [geïntimeerden] over vermeende tekortkomingen in vermogensbeheer en advies na het vertrek van de vaste vermogensmanager [A]. [geïntimeerden] stelden dat Schretlen te risicovolle adviezen gaf, het profiel eenzijdig wijzigde en onvoldoende opvolging gaf na het vertrek van [A], wat tot schade leidde.
De rechtbank had Schretlen reeds aansprakelijk gesteld wegens tekortkoming in de nakoming van haar zorgplicht, maar verwees de schadebepaling naar een schadestaatprocedure. In hoger beroep betwistte Schretlen dit en voerde meerdere grieven aan, terwijl [geïntimeerden] hun vorderingen wijzigden en een schadevergoeding van €547.000 eisten.
Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om aan te nemen dat de opvolger van [A] de optieconstructies op 5 mei 2008 zou hebben gesloten, en dat de gehanteerde benchmarks voor schadeberekening niet representatief waren. Hierdoor kon geen oorzakelijk verband tussen tekortkoming en schade worden vastgesteld.
De overige grieven konden niet tot een andere uitkomst leiden. Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en wees de vorderingen van [geïntimeerden] af, waarbij zij in de proceskosten werden veroordeeld.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere vonnissen en wijst de vorderingen van [geïntimeerden] af wegens onvoldoende bewijs voor toerekenbare tekortkoming en oorzakelijk verband met schade.