Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
- a) [appellant] woont in [woonplaats] en bezit een appartement in Marbella.
- b) [geïntimeerde] woonde ten tijde van de ontmoeting van partijen met haar zoon in een deel van de woning van haar bejaarde moeder in Polen.
- c) Partijen hebben elkaar in 2009 in Marbella ontmoet en vervolgens veel tijd met elkaar doorgebracht in Spanje, Nederland en Polen.
- d) Partijen hebben op enig moment tijdens hun relatie besloten een huis in Polen te kopen. [appellant] had de financiële middelen maar kon als buitenlander geen onroerende zaak in Polen kopen zonder een administratieve procedure te doorlopen.
- e) Partijen hebben op advies van hun Poolse notaris een constructie bedacht, waarbij [geïntimeerde] de woning zou kopen en [appellant] haar een lening zou verstrekken om de aankoop te financieren. [appellant] zou later de helft van de eigendom van de woning verkrijgen middels een deeloverdracht. Een notaris in Polen heeft de daartoe benodigde overeenkomst opgesteld.
- f) [geïntimeerde] heeft begin mei 2011 een woning gekocht in [adres] , gemeente [gemeente] , te Polen (hierna: de woning).
- g) Op 25 juni 2011 hebben partijen een leningsovereenkomst (hierna: de leningsovereenkomst) gesloten. Krachtens de leningsovereenkomst heeft [appellant] aan [geïntimeerde] een rentevrije lening van € 100.000,= verstrekt. Verder werd afgesproken dat [geïntimeerde] de lening zal terugbetalen binnen vijf jaar na het overlijden van haar moeder.
- h) De relatie tussen partijen is in december 2011/januari 2012 geëindigd.