ECLI:NL:GHAMS:2015:3822

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2015
Publicatiedatum
17 september 2015
Zaaknummer
200.169.835/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 SvArt. 12c SvArt. 11 lid 1 Wrakingsprotocol
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot wraking na einduitspraak

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters die een einduitspraak hadden gedaan in zijn strafzaak. Hij stelde dat de rechters partijdig waren en dat zij zijn spreekrecht hadden ontnomen zonder een onpartijdig onderzoek.

De wrakingskamer overwoog dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van rechters nadat de zaak is geëindigd met een einduitspraak. Hierdoor kon het doel van wraking, namelijk dat de rechter de zaak niet verder behandelt, niet meer worden bereikt.

De wrakingskamer verklaarde verzoeker daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. Er heeft geen inhoudelijke behandeling van het verzoek plaatsgevonden en ook geen mondelinge behandeling, conform het Wrakingsprotocol van de betrokken gerechtshoven.

De beslissing werd genomen door de wrakingskamer van het Gerechtshof Amsterdam op 26 mei 2015, bestaande uit de rechters S. Clement, P.A.M. Hoek en F.A. Hartsuiker.

Uitkomst: Verzoeker is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking van rechters na het wijzen van een einduitspraak.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

zaaknummer : 200.169.835/01
beslissing van de wrakingskamer van 26 mei 2015
op het op 7 mei 2015 bij het hof binnengekomen verzoekschrift van
[verzoeker]
wonende te [plaats]
hierna: verzoeker.

1.Het geding

De raadkamer van het gerechtshof Den Haag bestaande uit mrs. J.W. Wabeke, J.J.I. Verburg en A.J.T.M. Franken-van Zinnicq Bergmann (verder: de raadkamer) heeft bij beschikking van 24 april 2015 verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn op 24 december 2014 ingediende klaagschrift op grond van artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv). In verband met toepassing van artikel 12c Sv is nader onderzoek in raadkamer achterwege gebleven en zijn de betrokkenen niet opgeroepen.
Bij brief van 2 mei 2015, binnengekomen bij het hof op 7 mei 2015, heeft verzoeker een wrakingsverzoek tegen voornoemde raadsheren ingediend - kort gezegd - inhoudende: “
Omdat de rechters van het hof in deze zaak zonder onderzoek ter terechtzitting, mij mijn spreekrecht hebben ontnomen en achteraf in een kamertje hun beslissing hebben genomen, zonder enige getuige te horen en enige vorm van onpartijdig onderzoek, en daarbij de aangiftes van andere mensen simpelweg naast zich neer te leggen maar slechts mij niet ontvankelijk te verklaren, duidt het erop dat de rechters al een voorgenomen beslissing hadden en wens ik gebruik te maken van het recht deze partijdige rechters te wraken”.
Bij beslissing van de wrakingskamer van het gerechtshof Den Haag van 11 mei 2015 is de wrakingszaak ter verdere behandeling verwezen naar dit hof.
Bij brief van 13 mei 2015, binnengekomen bij dit hof op 18 mei 2015, heeft verzoeker zijn ongenoegen geuit over de beslissing van de wrakingskamer van het hof Den Haag om de onderhavige wrakingszaak wegens (onder meer) het ontbreken van spoedeisendheid te verwijzen naar het hof Amsterdam.
Op 18 mei 2015 is de verwijzingsbeslissing voorzien van aantekeningen van verzoeker, waaruit eveneens voornoemd ongenoegen blijkt, binnengekomen bij het hof Den Haag. Dit stuk is op 18 mei 2015 door het hof Den Haag doorgezonden aan dit hof.

2.Beoordeling

De wrakingskamer overweegt als volgt.
De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van (één van) de rechters die deze uitspraak hebben gedaan. Reeds daarom is verzoeker niet-ontvankelijk in het onderhavige wrakingsverzoek (zie HR 18 december 1998, NJ 1999, 271). Het met wraking beoogde doel dat de rechter de zaak niet (verder) behandelt, kan immers niet meer worden bereikt. Aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek komt de wrakingskamer niet toe.
Gelet op het voorgaande heeft, op grond van artikel 11 lid 1 van Pro het Wrakingsprotocol van het gerechtshof Amsterdam en het gerechtshof Den Haag, geen mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Een en ander leidt tot de volgende beslissing.

3.Beslissing

De wrakingskamer:
verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze uitspraak is op 26 mei 2015 gegeven door mrs. S. Clement, P.A.M. Hoek en F.A. Hartsuiker.