Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Art. 4
het Hof verstaat:in de heffing zijn betrokken,] in 2007 en 2008 in exploitatie waren als appartementen.
zijn opgelegd. Deze vraag is niet, of althans niet expliciet beantwoord nu het overzicht niet concreet de data vermeldt waarop de aanslagen toeristenbelasting (al dan niet ambtshalve) zijn opgelegd, maar slechts inzicht geeft in aanbieders die in de heffing zijn betrokken.
3.Geschil in hoger beroep
4.4. Beoordeling van het geschil
De inspecteur heeft deze stellingen betwist.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat belanghebbende op grond van de Verordening dient te worden aangemerkt als de belastingplichtige voor de heffing van toeristenbelasting.
De gemeente is volgens belanghebbende ook niet bevoegd om haar gegevens uit de GBA te verstrekken. Door dat toch te doen zou zij handelen in strijd met de wet. Op grond hiervan meent zij dat de Verordening te haren aanzien leidt tot een willekeurige en onredelijke belastingheffing omdat zij niet kan beschikken over de gegevens die noodzakelijk zijn om de belastingschuld te bepalen, en zij de bij de belastingaanslagen gehanteerde gegevens en de daaruit voortvloeiende heffingsgrondslagen niet kan controleren. Op deze gronden is belanghebbende van oordeel dat de Verordening jegens haar onverbindend is.
Op de grondslag 2007 moet 31,7% in mindering worden gebracht zodat de juiste grondslag € 133.149 is. De verschuldigde toeristenbelasting is € 6.657.|
Op de grondslag 2008 moet 16,66% in mindering worden gebracht zodat de juiste grondslag € 585.646 is. De verschuldigde toeristenbelasting is € 29.282.
Op de grondslag 2009 moet 26,42% in mindering worden gebracht zodat de juiste grondslag € 809.404 is. De verschuldigde toeristenbelasting is € 40.470.
Op de grondslag 2010 moet 23,59% plus 2,5% in mindering worden gebracht zodat de juiste grondslag is € 795.813. De verschuldigde toeristenbelasting is € 39.790.
Op de grondslag 2011 moet 16,87% plus 2,5% in mindering worden gebracht zodat de juiste grondslag is € 951.434. De verschuldigde belasting is € 47.571.”
Het Hof zal de uitspraak van de rechtbank bevestigen voor zover deze de voorlopige aanslagen over 2010 en 2011 betreft.
5.Kosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking heeft op de aanslagen voor de jaren 2007, 2008 en 2009, en bevestigt die uitspraak voor het overige;
- verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep met betrekking tot de aanslagen voor de jaren 2007, 2008 en 2009 gegrond;
- vernietigt de desbetreffende uitspraken op bezwaar en de desbetreffende aanslagen;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 2.205,00, en
- gelast de ontvanger aan belanghebbende het door haar voor het hoger beroep betaalde griffierecht van € 466 te vergoeden.