Uitspraak
Onderzoek van de zaak
30 juni 2014, 1 juli 2014, 26 november 2014 en 2 december 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.
Tenlastelegging
zij op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,
zij op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) met dat opzet
zij op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (gouden) (hals)ketting en/of een of meer ring(en) en/of een of meer armband(en), althans een of meer siera(a)d(en) en/of een geldbedrag en/of een of meer telefoon(s) en/of een of meer (auto)sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat zij, verdachte en/of haar mededader(s) opzettelijk gewelddadig (met kracht)
zij op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, met een ander, althans alleen, nadat er op of omstreeks 12 maart 2011 te Amsterdam, een misdrijf, te weten de overtreding van artikel 289 of Pro 288/287 of 312 en/of 317, althans enig misdrijf Wetboek van Strafrecht, was gepleegd, met het oogmerk om dat misdrijf te bedekken of de nasporing of vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken, één of meer voorwerpen waarop of waarmede dat misdrijf was gepleegd of andere sporen van dat misdrijf heeft/hebben vernietigd en/of weggemaakt en/of verborgen en/of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie heeft/hebben onttrokken
Vonnis waarvan beroep
Het standpunt van het openbaar ministerie
- de verdachte heeft verklaard dat zij op 12 maart 2011 met [slachtoffer] en [medeverdachte] in haar woning was en dat [medeverdachte] op een gegeven moment geweld jegens [slachtoffer] uitoefende;
- het is op grond van het dossier niet aannemelijk dat de verdachte, zoals deze heeft verklaard, tijdens het geweld van [medeverdachte] jegens [slachtoffer] de woning uit is gevlucht nu blijkt dat de verdachte opruim- en schoonwerkzaamheden heeft verricht toen [slachtoffer] al zwaargewond was of al was overleden;
- de verdachte heeft [slachtoffer] op meerdere plaatsen aangeraakt toen hij al weerloos was (gelet op haar aangetroffen DNA op de broek en sokken van [slachtoffer], waar zij geen verklaring voor heeft);
- de verdachte is betrokken geweest bij het wikkelen van het slachtoffer in het kleed (gelet op de met bloed gezette afdruk van haar slipper op de onderkant van het kleed waarin [slachtoffer] was gewikkeld);
- het gedrag van de verdachte ten opzichte van de nabestaanden en de politie past niet bij iemand die niet betrokken is bij wat zich in haar eigen woning heeft afgespeeld.
Het standpunt van de verdediging
Oordeel van het hof
Nadere bewijsoverwegingen
12 maart 2011 vanaf 15:57 uur tot 06:22 uur op 13 maart 2011 meerdere keren in de buurt van de woning van de verdachte rijdt. Uiteindelijk is de verdachte op zondag 13 maart 2011 om 06:30 uur bij het politiebureau aan de Linnaeusstraat verschenen, zijn de verbalisanten meegegaan naar haar woning en is [slachtoffer] aldaar dood aangetroffen.
12 maart 2011, toen de verdachte in haar auto op weg was naar het ziekenhuis, haar daar in de buurt heeft aangesproken en de sleutels van haar woning heeft weggenomen. [slachtoffer] was in het gezelschap van een aantal mannen en van derden heeft zij in het ziekenhuis vernomen dat er in haar woning was gevochten. Na het ziekenhuisbezoek vond zij op straat voor de deur van haar woning documenten die haar toebehoorden en die bebloed waren. Zij heeft deze bijeengepakt en in de brievenbus van haar woning gestopt en tenslotte heeft de verdachte de politie gewaarschuwd. Geconfronteerd met de ongerijmdheden en onjuistheden in deze verklaring, heeft de verdachte haar relaas aangepast, en uiteindelijk, als verdachte, verklaard dat dit alles geheel verzonnen was. Zij heeft toen aangegeven dat zij in de middag van 12 maart 2011 met [slachtoffer] in de woning is geweest, dat ook [medeverdachte] daar toen aanwezig was en dat [medeverdachte] [slachtoffer] heeft aangevallen. De verdachte heeft daarop, zo heeft zij verklaard, in grote angst de woning verlaten, heeft diverse boodschappen gedaan, is naar haar zus gegaan en uiteindelijk naar het ziekenhuis en de volgende ochtend naar de politie. Tussendoor heeft zij diverse malen met haar auto in de buurt van de woning gereden. De woning heeft zij niet meer betreden.
Bewezenverklaring
De bewijsmiddelen
Een proces-verbaal met nummer 2011063441-5 van 13 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 10005 tot en met 10008).
mededeling van verbalisanten:
Een proces-verbaal met nummer 2011063411 van 16 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 10021 tot en met 10022).
mededeling van verbalisanten:
Op 16 maart 2011 bevonden wij ons in het mortuarium van het VU ziekenhuis te Amsterdam. Aldaar werden [naam], zijnde een zoon van [slachtoffer], [naam], zijnde de beste vriend van [slachtoffer] en [naam], zijnde een neef van [slachtoffer], met het stoffelijk overschot van [slachtoffer] geconfronteerd. Eensluidend doch ieder voor zich herkenden het stoffelijk overschot als [slachtoffer].
Een geschrift, inhoudende een schrijven van J.C. de Keijzer, forensisch arts GGD Amsterdam d.d. 15 mei 2013.
Een rapport ‘Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood’ van het Nederlands Forensisch Instituut met nummer 2011.03.11.061 d.d. 20 mei 2011, opgesteld door A. Maes, arts en patholoog (doorgenummerde pagina’s 11057 tot en met 11063).
Een proces-verbaal met nummer 2011036441 van 17 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar T276 (doorgenummerde pagina’s 10099 tot en met 10100).
mededeling van verbalisant:
te Amsterdam, bekeken. Hierop werd door mij het volgende waargenomen.
Een proces-verbaal met nummer 2011063441 van 25 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar T154 (doorgenummerde pagina’s 20158 tot en met 20183).
[dochter slachtoffer]:
Een proces-verbaal met nummer 2011063441 van 22 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar T276 (doorgenummerde pagina’s 10111 tot en met 10112).
mededeling van verbalisant:
De verklaring van de getuige [medeverdachte], afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 30 juni 2014.
Een proces-verbaal met nummer 201160344 van 26 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar T152 (doorgenummerde pagina’s 10868 tot en met 10870).
mededeling van verbalisant:
Een proces-verbaal met nummer 2011063441 van 24 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren T152 en T039 (doorgenummerde pagina’s 20047 tot en met 20050).
[getuige 1]:
Een proces-verbaal met nummer 2011063441 van 24 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar T152 (doorgenummerde pagina’s 10106 tot en met 10109).
mededeling van verbalisant:
Een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2011063441-51 van 28 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar[verbalisant].
mededeling van verbalisant:
Schoeisel, 1 paar witte slippers, zwarte zool.
Spoor identificatienr. AADT2746NL.
Een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2011063441-59 van 1 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 11182 tot en met 11183).
mededeling van verbalisanten:
Een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming met nummer PL135J 2011063441-60 van 31 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] (doorgenummerde pagina 11184).
mededeling van verbalisant:
Onderzijde linkerslipper (AADT2746NL)
Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut met nummer 2011.03.11.061 d.d. 26 april 2011, opgesteld door drs. H.N. Bauer (doorgenummerde pagina’s 10816 tot en met 10822).
Een proces-verbaal met nummer 2011063441-104 van 27 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant], [verbalisant] en [verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 10941 tot en met 10950).
mededeling van verbalisanten:
AADT2259NL deel van tapijt over het stoffelijk overschot.
Een proces-verbaal met nummer 2011026339-11 van 17 augustus 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] (doorgenummerde pagina’s 11251 tot en met 11253).
mededeling van verbalisanten:
een paar slippers;
B: SIN AADT2259NL
een aantal foto’s van een spoor, aangetroffen op de onderzijde van een tapijt.
Vrijspraak van moord
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Vordering van de benadeelde partij [naam]
Vordering van de benadeelde partij [naam]
Vordering van de benadeelde partij [naam]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) jaren.
€ 100,00 (honderd euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 100,00 (honderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 100,00 (honderd euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 100,00 (honderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [naam]
€ 19.896,48 (negentienduizend achthonderdzesennegentig euro en achtenveertig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 11.838,33 (elfduizend achthonderdachtendertig euro en drieëndertig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
94 (vierennegentig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
mr. N. de Visser, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
16 december 2014.
wel / nietin de zaal van de terechtzitting aanwezig.
wel / nietaanwezig.
wel / nietaanwezig. (zo ja:) naam tolk en taal:
(indien de VTE is verschenen)
geenafstand gedaan van recht aanwezig te zijn bij de uitspraak.