ECLI:NL:RBAMS:2013:CA2722
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen moord op neef met ingeslagen schedel en wikkeling in vloerkleed
Op 12 maart 2011 werd het slachtoffer met een ingeslagen schedel en gewikkeld in een vloerkleed aangetroffen in de woning van verdachte. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met medeverdachte het slachtoffer met voorbedachten rade heeft omgebracht door herhaalde klappen met een scherprandig voorwerp en verstikkend geweld.
Bewijs bestond uit camerabeelden, getuigenverklaringen, forensisch onderzoek waaronder DNA-sporen op kleding en slippers van verdachte, en sporenonderzoek dat de betrokkenheid van verdachte en medeverdachte bevestigde. Verdachte heeft zelf verklaard getuige te zijn geweest van het slaan door medeverdachte en heeft papieren met bloed opgeruimd.
De rechtbank verwierp verweren omtrent ontvankelijkheid en schorsing van vervolging. De strafmaat werd vastgesteld op 15 jaar gevangenisstraf, hoger dan de eis van 12 jaar, vanwege de ernst van het delict en de omstandigheden. Vordering tot immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens onevenredige belasting van het strafgeding, maar materiële schade, reis- en telefoonkosten werden toegewezen aan de nabestaanden.
De rechtbank oordeelde dat verdachte en medeverdachte nauw en bewust hebben samengewerkt, dat sprake was van voorbedachten rade, en dat verdachte geen medeleven toonde. De straf en schadevergoedingen weerspiegelen de ernst van het bewezen feit en het leed van de nabestaanden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord en toegewezen schadevergoedingen aan nabestaanden.