Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[GEÏNTIMEERDE SUB 1],
[GEÏNTIMEERDE SUB 2],
[GEÏNTIMEERDE SUB 3],
[GEÏNTIMEERDE SUB 4],
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter dat de huurovereenkomst voor een woning heeft beëindigd en hem heeft veroordeeld tot ontruiming uiterlijk 1 december 2014, met een maandelijkse voorschotbetaling als schadevergoeding vanaf 1 maart 2014.
Appellant heeft incidenteel gevorderd dat het hof de tenuitvoerlegging van dit vonnis schorst totdat het eindarrest is gewezen, met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van het incident. Geïntimeerden hebben dit verweer bestreden en gesteld dat appellant ook in kort geding een schorsing heeft gevorderd, waarvan de behandeling gepland staat.
Het hof overweegt dat indien een schorsing in kort geding reeds is afgewezen en appellant geen nieuwe feiten heeft gesteld, het hof de incidentele vordering niet inhoudelijk zal behandelen. Omdat appellant niet heeft kunnen reageren op de stelling van geïntimeerden over het kort geding, wordt hij in de gelegenheid gesteld hierover nadere informatie te verstrekken, waarna geïntimeerden mogen reageren.
De zaak wordt verwezen naar de rol van 6 januari 2015 voor het indienen van deze informatie en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en verwijst de zaak naar de rol voor nadere informatie over het kort geding.