Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerden],
[geïntimeerde sub 2],
[geïntimeerde sub 3],
[geïntimeerde sub 4],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak heeft appellant een incidentele vordering ingediend tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis, op grond van artikel 351 Rv Pro. Het hof heeft eerst een tussenarrest gewezen waarin appellant werd verzocht nadere informatie te verstrekken over een kort geding betreffende dezelfde executie.
Appellant overlegt een vonnis van de voorzieningenrechter waarin een eerdere schorsingsverzoek werd afgewezen. Het hof constateert dat appellant geen nieuwe omstandigheden heeft aangevoerd die het schorsingsverzoek rechtvaardigen.
Daarom wordt de incidentele vordering afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. Het hof verwijst de hoofdzaak naar de rol voor verdere behandeling en beslist dat appellant de proceskosten van het incident zal dragen bij het eindarrest.
Uitkomst: De incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen wegens strijd met de goede procesorde.