Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
1. meest subsidiair
2.hij op of omstreeks 08 december 2009 te Amsterdam Zuidoost, gemeente Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een woning op het adres [adres 2] aldaar en/of de in die woning aanwezige inboedel, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk in (een slaapkamer en/of de badkamer en/of de toiletruimte van) die woning een hoeveelheid van één of meer brandversnellend(e) middel(en) verspreid en/of gedeponeerd en/of gesprenkeld op en/of nabij één of meer voorwerpen en/of de vloer(bedekking) van (die slaapkamer en/of die badkamer en/of die toiletruimte van) die woning en/of
“waar hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)”.De verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. Het hof overweegt daarbij voorts dat ter terechtzitting niet is gebleken dat bij de verdachte onduidelijkheid heeft bestaan omtrent hetgeen hem werd verweten of dat de betreffende onderdelen van de tenlastelegging anderszins tot discussie aanleiding zouden hebben kunnen geven.
3.Vonnis waarvan beroep
4.Vrijspraken
5.Bewezenverklaring
1. meest subsidiair
waar hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededaders:
2.
6.Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
7.Strafbaarheid van de verdachte
8.Oplegging van straf
9.Vordering van de benadeelde partij[nabestaande]
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
13 (dertien) jaren.
teruggaveaan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
€ 6.116,00 (zesduizend honderdzestien euro)en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 1.529,00 (duizend vijfhonderdnegenentwintig euro).
€ 1000,00 (duizend euro).
7.116,00 (zevenduizend honderdzestien euro),bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
70 (zeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.