ECLI:NL:GHAMS:2014:12
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling BPM wegens onvoldoende bezitstermijn personenauto
Belanghebbende vroeg vrijstelling van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) aan, maar de inspecteur wees dit af omdat de auto niet ten minste zes maanden in bezit was vóór het opgeven van de normale verblijfplaats in Frankrijk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hoger beroep bij het Hof bevestigde deze uitspraak.
Belanghebbende woonde sinds 2000 in Frankrijk, maar zijn echtgenote en dochter verhuisden medio augustus 2011 naar Nederland. De auto werd in april 2011 in Duitsland gekocht en in Frankrijk verzekerd en geregistreerd. Belanghebbende had tijdelijke woonruimte in Frankrijk tot november 2011, maar het gezin woonde vanaf augustus 2011 in Nederland. De vraag was of belanghebbende zijn normale verblijfplaats op 15 augustus 2011 of pas op 1 november 2011 naar Nederland had verplaatst.
Het Hof oordeelde dat het permanente centrum van persoonlijke belangen van belanghebbende vanaf 15 augustus 2011 in Nederland lag, mede vanwege de verhuizing van zijn gezin en het begin van de schoolopleiding van zijn dochter in Nederland. De fysieke aanwezigheid in Frankrijk was niet doorslaggevend en de enkele medische afspraak deed hier niet aan af. Omdat de auto niet zes maanden in bezit was vóór deze datum, werd de vrijstelling BPM terecht geweigerd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de weigering van vrijstelling BPM omdat de auto niet zes maanden in bezit was voordat de normale verblijfplaats in Frankrijk werd opgegeven.