ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9122
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- J.P.A. Boersma
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet van toepassing op verhuur pand; aanslag successierecht bevestigd
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem inzake de aanslag recht van successie over de nalatenschap van haar pleegmoeder. De kern van het geschil betrof de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit op aandelen in [Z] Beheer B.V., waarvan de activiteiten bestonden uit de verhuur van een pand.
Belanghebbende stelde dat de faciliteit onterecht niet werd toegepast omdat de BV een onderneming zou drijven en voerde aan dat de beperking in strijd zou zijn met Europese regelgeving. Het Hof oordeelde dat verhuur van een pand niet kan worden aangemerkt als het drijven van een materiële onderneming en dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit daarom niet van toepassing is.
Daarnaast verwierp het Hof de stellingen van belanghebbende dat zij ten onrechte voor 100% was aangeslagen, aangezien zij door versterferfrecht reeds gerechtigd was tot 25% van het ouderlijk vermogen. Het Hof stelde het belaste verkrijgingsbedrag vast op € 677.340, rekening houdend met een aftrek voor een latente belastingclaim.
Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en gelastte de inspecteur het betaalde griffierecht te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige belastingkamer op 18 april 2013.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en stelt de belaste verkrijging vast op € 677.340 zonder toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit.