ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ0400
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.A. van Brummelen
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over douanewaarde en navordering provisie bij invoer voedingssupplementen
Belanghebbende heeft in 2004 18 aangiften gedaan voor invoer van voedingssupplementen, waarbij lagere douanewaarden werden opgegeven dan de commerciële factuurprijzen inclusief provisies en handling fees. De inspecteur stelde navorderingen (UTB's) op basis van een FIOD-onderzoek en vermeende onjuiste aangiften.
De rechtbank had de navorderingen verminderd, maar het hof vernietigt dit en verklaart het beroep ongegrond. Het hof oordeelt dat het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging is geschonden doordat belanghebbende niet vooraf is gehoord, maar dat zij daardoor niet wezenlijk is benadeeld. De lagere factuurwaarden konden niet als juiste douanewaarde worden gehanteerd omdat de provisie en handling fee deel uitmaken van de transactiewaarde.
De provisie is een voorwaarde van de verkoop en wordt daadwerkelijk betaald, en de handling fee is een vergoeding voor diensten na invoer. Het hof verwerpt het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 220, lid 2, onder b, van het CDW. De navorderingen zijn terecht opgelegd. Belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding voor de lange bezwaarbehandeling, maar geen materiële vergoeding. Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard, dat van de inspecteur gegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; navorderingen zijn terecht opgelegd inclusief provisie en handling fee.