ECLI:NL:GHAMS:2012:BY6499
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vergoeding PTED-operatie volgens Zorgverzekeringswet
In deze zaak vordert appellante vergoeding van kosten voor een Percutane Transforaminale Endoscopische Discectomie (PTED) operatie die zij in Duitsland heeft ondergaan. De rechtbank wees de vordering af omdat de PTED-methode volgens haar niet onder de polisvoorwaarden viel en niet als gebruikelijke zorg werd beschouwd.
Het hof beoordeelt de zaak in hoger beroep en stelt vast dat de maatstaf voor vergoeding volgens de Zorgverzekeringswet de internationale stand van de wetenschap en praktijk is. Het hof overweegt dat het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) adviezen heeft uitgebracht die aanvankelijk de PTED-methode als gebruikelijke zorg beschouwden, maar later van mening veranderden. Het hof acht het aan ASR om te bewijzen dat de PTED-methode in januari 2007 niet meer aan deze maatstaf voldeed.
Appellante heeft met medische artikelen en verklaringen van internationale chirurgen voldoende aangetoond dat de PTED-methode internationaal erkend en toegepast wordt. ASR heeft zich vooral beroepen op adviezen en richtlijnen die betrekking hebben op andere technieken dan PTED. Het hof concludeert dat de PTED-methode voldoet aan de internationale stand van wetenschap en praktijk en veroordeelt ASR tot vergoeding van de kosten van de operatie en wettelijke rente. Het hoger beroep tegen ASR Aanvullende Ziektekostenverzekeringen wordt verworpen.
Uitkomst: Het hof veroordeelt ASR tot vergoeding van de PTED-operatiekosten en wettelijke rente, en wijst het hoger beroep tegen ASR Aanvullende Ziektekostenverzekeringen af.