ECLI:NL:GHAMS:2012:BX7237
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vervalsing reisdocumenten en toepassing artikel 31 Vluchtelingenverdrag
De verdachte, afkomstig uit Pakistan, reisde naar Nederland met een geldig Pakistaans paspoort en visum. Na zeven dagen ontving hij van een reisagent vervalste Bulgaarse documenten en meldde zich later bij de Dienst Persoons- en Geo-informatie. Hij wilde geen asiel aanvragen vanwege angst voor onthulling van zijn verblijfplaats.
De verdachte werd vervolgd voor het bezit van vervalste Bulgaarse reisdocumenten. Hij voerde een beroep op artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag aan, dat strafuitsluiting biedt aan vluchtelingen die zich onverwijld melden bij de autoriteiten. Het hof oordeelde dat de verdachte zich niet onverwijld had gemeld, aangezien hij pas na zeven dagen contact zocht met de autoriteiten, wat niet binnen de door de staatssecretaris gehanteerde termijn van 48 uur viel.
Het hof verwierp ook de beroepen op psychische overmacht en noodtoestand omdat onvoldoende aannemelijk was dat de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon bieden tegen het gebruik van vervalste documenten. Ondanks de bewezen strafbare feiten besloot het hof geen straf of maatregel op te leggen, mede gelet op de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd en de lopende asielprocedure.
Uitkomst: Het hof verklaart de tenlastelegging bewezen maar legt geen straf op vanwege de omstandigheden en de lopende asielprocedure.