ECLI:NL:GHAMS:2012:BV2990
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- B.A. van Brummelen
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van heffing douanerechten en omzetbelasting na tweede uitnodiging tot betaling
Belanghebbende, een besloten vennootschap, heeft in 2008 31 aangiften gedaan voor het extern communautair douanevervoer van verse knoflook vanuit Nederland naar Roemenië en Polen. Omdat bewijs van regelmatige beëindiging ontbrak, legde de inspecteur UTB’s op. Na vernietiging van de eerste reeks UTB’s op formele gronden, stelde de inspecteur een tweede reeks UTB’s op, waartegen belanghebbende bezwaar maakte.
Het hof oordeelt dat het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging zich niet verzet tegen het uitreiken van een tweede UTB. De inspecteur heeft belanghebbende vooraf geïnformeerd en gelegenheid gegeven zich uit te laten. De douaneschuld is ontstaan door onttrekking aan het douanetoezicht in Nederland, waar de goederen niet op het kantoor van bestemming zijn aangekomen. Bewijs dat de onttrekking elders heeft plaatsgevonden, is onvoldoende geleverd.
Verder is Nederland als lidstaat van vertrek bevoegd tot invordering van de douanerechten en omzetbelasting. Het hof wijst het beroep van belanghebbende af en bevestigt de uitspraken van de rechtbank. Indien belanghebbende teruggaaf wil, dient zij een verzoek in te dienen conform artikel 239 CDW Pro.
Uitkomst: Het hof bevestigt de rechtmatigheid van de tweede reeks uitnodigingen tot betaling en wijst het beroep van belanghebbende af.