Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 12 januari 2012, nrs. 11/00449 tot en met 11/00479, betreffende uitnodigingen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een toegelaten afzender, deed in 2008 31 douaneaangiften voor extern communautair douanevervoer van verse knoflookbollen naar Roemenië en Polen. De douane ontving geen bevestiging van regelmatige beëindiging van het vervoer en stelde belanghebbende hiervan op de hoogte, die niet reageerde.
De Inspecteur legde uitnodigingen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting op wegens onttrekking aan het douanetoezicht. Bezwaar en beroep bij rechtbank en hof werden ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat de Inspecteur stukken moest opvragen om aan te tonen dat onttrekking niet in Nederland had plaatsgevonden.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht aannam dat de Inspecteur bevoegd was tot heffing op grond van artikel 215 CDW Pro en dat bewijs na afloop van de wettelijke termijn niet afdoet aan die bevoegdheid. Tevens was het volgens het Hof en de Hoge Raad aan belanghebbende om via de juiste procedure aanvullende informatie te verkrijgen. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting worden bevestigd.