ECLI:NL:GHAMS:2011:BV7778
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake weigering noodweg voor woonboot en proceskostenveroordeling
In deze civiele zaak vordert appellant in hoger beroep de aanwijzing van een noodweg ten behoeve van zijn woonboot, gebaseerd op artikel 5:57 BW Pro. In eerste aanleg werd deze vordering afgewezen en werd een reconventionele vordering van geïntimeerde toegewezen. Na bestuursrechtelijke besluiten is de feitelijke situatie gewijzigd doordat appellant inmiddels een erfdienstbaarheid heeft verkregen, waardoor het oorspronkelijke belang grotendeels is komen te vervallen.
Appellant wijzigde zijn eis in hoger beroep naar een verklaring voor recht omtrent de onrechtmatigheid van de weigering van de noodweg en een veroordeling tot schadevergoeding. Het hof oordeelt dat deze eiswijziging in strijd is met de één-conclusieregel en daarom buiten beschouwing blijft. Verder overweegt het hof dat het verzet van geïntimeerde tegen de noodweg geen misbruik van procesrecht vormt, gezien de inbreuk op eigendomsrechten.
De reconventionele vordering van geïntimeerde, gericht op het verbod voor appellant om zijn terrein te betreden, wordt door het hof afgewezen wegens gebrek aan belang. De proceskostenveroordeling in conventie wordt bekrachtigd, terwijl de kosten in appel worden gecompenseerd. Het hof wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis in conventie, wijst de reconventionele vordering af en laat de eiswijziging buiten beschouwing.