ECLI:NL:GHAMS:2011:BR2332
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt merkinbreuk P25-installatiekanaal en wijst beroep op slaafse nabootsing af
In deze zaak staat een geschil tussen twee producenten van kunststof installatiekanalen centraal, waarbij appellante het gebruik van het teken WDK O25 door geïntimeerde betwist wegens merkinbreuk en slaafse nabootsing. Appellante brengt sinds 1980 het P25 installatiekanaal op de markt, dat zich onderscheidt door een dubbele bodem en een KEMA keurmerk. Geïntimeerde brengt sinds 2009 een gelijkend installatiekanaal op de markt onder de naam WDK O25.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van appellante in eerste aanleg af, met name omdat geen gevaar voor verwarring werd aangenomen en slaafse nabootsing werd gerechtvaardigd door de behoefte aan standaardisatie. Het hof oordeelt in hoger beroep echter dat het teken WDK O25 visueel en auditief voldoende overeenkomt met het merk P25 om verwarring te veroorzaken bij de professionele installateur, ondanks de geringe onderscheidingskracht van het merk.
Ten aanzien van slaafse nabootsing stelt het hof dat nabootsing in beginsel is toegestaan, maar dat de nabootser alles moet doen om verwarring te voorkomen zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid. Geïntimeerde heeft volgens het hof voldoende aan haar zorgvuldigheidsverplichting voldaan door haar naam op de binnenzijde van de goot aan te brengen. De noodzaak van standaardisatie en compatibiliteit rechtvaardigt de gelijkenis in vormgeving.
Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst het verbod op merkinbreuk toe, terwijl het beroep op slaafse nabootsing wordt afgewezen. Geïntimeerde wordt bevolen het gebruik van het teken WDK O25 te staken en een rectificatie te plaatsen, onder dreiging van dwangsommen.
Uitkomst: Het hof wijst het verbod op merkinbreuk toe en wijst het beroep op slaafse nabootsing af.