ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5120
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- E. van Waaijen
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijk loon bij werkzaamheden voor deelneming en houdstermaatschappij in concernstructuur
Belanghebbende, een houdstermaatschappij, was in geschil met de inspecteur over de hoogte van het gebruikelijk loon van haar directeur-grootaandeelhouder [X] voor de jaren 2001 tot en met 2005. De inspecteur had het loon verhoogd op grond van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964, waarbij het loon werd gesteld op basis van de opbrengsten van belanghebbende minus kosten.
Het hof stelde vast dat [X] werkzaamheden verrichtte voor zowel de houdstermaatschappij als de deelneming [Y] Bouw B.V. Voor de werkzaamheden bij de deelneming kon het gebruikelijk loon worden benaderd via de managementvergoeding die belanghebbende aan [Y] Bouw B.V. in rekening bracht. De vergoeding voor de werkzaamheden van de echtgenote werd hierbij afgetrokken.
Voor de werkzaamheden van [X] voor de houdstermaatschappij stelde het hof het gebruikelijk loon in goede justitie vast op € 4.000 per jaar, omdat de door partijen voorgestelde bedragen onvoldoende waren onderbouwd. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, verminderde de naheffingsaanslag tot € 27.674 en liet de boete vervallen. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hof vermindert de naheffingsaanslag tot € 27.674 en vernietigt de boetebeschikking.