ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2969
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis inzake nietigheid opt-outverklaring effectenlease en incassokosten
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of appellant rechtsgeldig een opt-outverklaring heeft ingediend tegen de WCAM-overeenkomst, die de afwikkeling van effectenlease-overeenkomsten regelt. Appellant had drie effecten-lease-overeenkomsten met Dexia gesloten, die waren geëindigd met een restschuld. Dexia, later rechtsopvolger Varde Investments, vorderde betaling van deze restschuld.
Appellant stelde dat hij tijdig en rechtsgeldig een opt-outverklaring had ingediend via een brief van zijn gemachtigde aan Dexia, waarmee hij zich niet aan de regeling wilde binden. Het hof oordeelde echter dat artikel 7:908 lid 2 BW Pro voorschrijft dat de opt-outverklaring uitsluitend op de in de overeenkomst voorgeschreven wijze, namelijk gericht aan een specifieke notaris, kan worden gedaan. De brief aan Dexia voldeed hier niet aan.
Verder stelde appellant dat het onaanvaardbaar was dat hij en zijn echtgenote aan de regeling werden gebonden en dat zijn toegang tot de rechter werd belemmerd. Het hof verwierp deze stellingen en oordeelde dat de wettelijke regeling en de procedure voldoende waarborgen bieden. De vordering van Varde tot betaling van de restschuld werd toegewezen, maar de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende specificatie en onredelijkheid.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, veroordeelde appellant in de kosten van het principaal appel en Varde in de kosten van het incidenteel appel, en verklaarde de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van de restschuld, terwijl buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.