ECLI:NL:GHAMS:2010:BO7173
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffingsrente over volledige periode ondanks verkoopbonus na midden kalenderjaar
Belanghebbende ontving in oktober 2007 een verkoopbonus en betwistte de heffingsrente die over het tijdvak vanaf 1 juli 2007 werd berekend, omdat hij meent dat de fiscus geen liquiditeitsnadeel leed vóór ontvangst van de bonus. Hij verwees naar het Besluit heffingsrente van 7 maart 2008, waarin in bepaalde situaties heffingsrente beperkt kan worden tot het daadwerkelijk geleden liquiditeitsnadeel.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel. Het Hof oordeelde dat de situatie van belanghebbende niet vergelijkbaar is met de specifieke gevallen in het Besluit heffingsrente, die betrekking hebben op boekjaarwijzigingen en niet op het tijdstip van inkomstenverdeling binnen het kalenderjaar.
Het Hof benadrukte dat de wetgever bewust uitgaat van een gelijkmatige verdeling van het belastbare inkomen over het jaar en dat het heffingsrentesysteem hierop is gebaseerd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen begunstigend beleid bestaat voor gevallen zoals die van belanghebbende.
Ook het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, dat eigendomsbescherming waarborgt, leidt niet tot een ander oordeel. De heffingsrente is correct berekend en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de heffingsrente bevestigd vanaf het midden van het kalenderjaar.