ECLI:NL:GHAMS:2010:BO0127
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepassing ruilarresten en aangifteverplichting vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap actief in onroerend goed, voerde in haar belastingaangiften over de jaren 1999/2000 tot en met 2002/2003 een vervangingsreserve aan voor boekwinsten uit de verkoop van grond. De inspecteur stelde dat deze winst niet gereserveerd kon worden omdat de gronden als voorraad kwalificeerden en er geen concreet herinvesteringsplan bestond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de definitieve aanslagen ongegrond en verklaarde het beroep tegen voorlopige aanslagen niet-ontvankelijk.
In hoger beroep oordeelde het Hof dat de ruilarresten niet van toepassing zijn zonder concreet plan tot herinvestering, wat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt. Tevens was belanghebbende niet tijdig of correct aangifte vennootschapsbelasting gedaan, wat leidde tot omkering en verzwarende bewijslast. Het Hof vernietigde de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de voorlopige aanslagen en verklaarde deze alsnog ongegrond.
Het Hof bevestigde dat de definitieve aanslagen redelijk zijn vastgesteld en dat belanghebbende geen recht had op de vervangingsreserve. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de derde meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 16 september 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden bevestigd; het beroep tegen voorlopige aanslagen wordt ontvankelijk verklaard maar alsnog ongegrond.