ECLI:NL:GHAMS:2005:AV9070
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt uitspraken inspecteur wegens onjuist afzien van hoorrecht belanghebbende
Belanghebbende, een besloten vennootschap die agrarische gronden aankocht en verkocht, maakte bezwaar tegen meerdere (voorlopige) aanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 1999/2000 tot en met 2002/2003. De inspecteur legde deze aanslagen ambtshalve vast en verklaarde de bezwaren ongegrond, waarbij hij aannam dat belanghebbende afzag van haar hoorrecht.
Belanghebbende had echter aangegeven wel gehoord te willen worden, maar de hoorzitting van 3 november 2004 werd afgezegd. De inspecteur stelde dat belanghebbende geen gebruik had gemaakt van het hoorrecht en deed uitspraak op bezwaar zonder verdere hoorzitting. Het hof oordeelt dat de inspecteur het voorschrift van artikel 7:2 Awb Pro in verbinding met artikel 25 Awr Pro heeft geschonden door onterecht te concluderen dat belanghebbende afstand had gedaan van het hoorrecht.
Het hof benadrukt dat een verklaring om af te zien van het hoorrecht uitdrukkelijk en zonder voorbehoud moet zijn gegeven, wat hier niet het geval was. Ook de latere bespreking in januari 2005 kan niet als vervanging van een hoorzitting gelden. De inspecteur had de bezwaren niet mogen afdoen zonder belanghebbende te horen. Daarom vernietigt het hof de uitspraken en wijst de zaken terug naar de inspecteur om de bezwaren opnieuw te behandelen, waarbij belanghebbende de gelegenheid moet krijgen te worden gehoord.
Daarnaast veroordeelt het hof de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en wijst het griffierecht toe. De uitspraak onderstreept het belang van zorgvuldige toepassing van het hoorrecht in bestuursrechtelijke procedures, vooral bij complexe belastingaanslagen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraken van de inspecteur en wijst de zaken terug voor nieuwe behandeling waarbij belanghebbende wordt gehoord.