ECLI:NL:GHAMS:2010:BN0347
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C.W. Rang
- W.J. Noordhuizen
- R.J.Q. Klomp
- Rechtspraak.nl
Ontbinding en gevolgen van ontwikkelings- en projectmanagementovereenkomsten tussen Manderen en Stadgenoot
In deze civiele zaak stond de rechtsgeldigheid en nakoming van diverse overeenkomsten tussen Manderen B.V. en Woningbouwvereniging Stadgenoot centraal, waaronder de Ontwikkelingsovereenkomsten, Turnkey- en Projectmanagementovereenkomst. Manderen was in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam dat haar tot nakoming veroordeelde.
Na memoriewisseling erkende Manderen de rechtsgeldigheid van de overeenkomsten en liet zij eerdere verweren vallen. Stadgenoot ontbond vervolgens de overeenkomsten op grond van artikel 6:265 BW Pro. Manderen erkende deze ontbinding en wenste de relatie met wederzijdse ongedaanmakingsverplichtingen af te wikkelen.
Het hof oordeelde dat door de ontbinding de vorderingen tot nakoming niet meer toewijsbaar waren en wees deze af. De vorderingen in reconventie van Manderen werden bekrachtigd. De door Manderen gelegde beslagen werden deels gehandhaafd, en de proceskostenveroordeling bleef grotendeels in stand. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot nakoming af wegens ontbinding van de overeenkomsten en bekrachtigt het vonnis in reconventie.